Om de oude wereldzee - pagina 316
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
HET JOODSCHE PROBLEEM.
292
maar evenzoo
in liet lot
van
zijn
geloofsgenooten over heel de wereld.
Hieruit vloeit een dubbel stel plichten voort (a doublé set of duties),
en hiermee in verband heerscht
Eu nu kan
komen
het zoo
te
zijn
in
hart een tweeërlei gevoel.
dat
staan,
hij
b.v. liever
en milder
geeft voor zijn verdrukte geloofsgenooten in Rusland of Rumenië, dan
Mansion House Fimd voor de hongerlijdenden in Engelsch-
aan het
den Zionist spreekt
Indië. Bij
dit
dualisme nóg sterker. Hij voelt meer
voor de wederopbouwing van den Joodschen Staat in Palestina, dan voor den bloei van het land dat
voor gelijk verschijnsel
hem
herbergt.
Men
staat hier alzoo
het Ultramontanisme, in zooverre
als bij
bij vol-
bloed Ultramontanen de belangen hunner Kerk soms zwaarder w^gen
dan de belangen van hun vaderland
Jonge ze zich critieker
vorm
doch
bij
Joden, zooals Mr. de
voorstelt, en zooals the Aspect ze teekent als ,,respon-
neemt
Jews,"
sible
;
dit
dualisme van gevoelens en plichten een nog
aan, overmits hetgeen
bij
hen op den voorgrond treedt,
niet
een ideaal-geestelijk belang, maar het belang van een reëel levende
is
men, van
wil
of
natie,
elf
natie pogen te handhaven,
men
of
millioen zielen, die zich als zelfstandige
—
en
juist dit deed bij velen twijfel rijzen,
Joden in hun aangenomen vaderland wel op eenzelfden
de
voet kon plaatsen als de bevolking van het land.
Het beroep
hierbij
van Joodsche
zijde
gedaan op de gastvrijheid, van
ouds door henzelven, toen ze nog een eigen Staat vormden, aan vreemdelingen bewezen, houdt geen steek. Het
gebood
te
gedenken, hoe het
zelf
arm
is,
dat de Pentateuch Israël
vreemdeling in Egypte
dat het daarom den vreemdeling niet ling, zoo hij
is juist,
;
den vreemdeling niet
van
mag
genoeg kan er dan ook in geroemd, dat de wet van beslist
geweest, en
voort moet helpen; den vreemdeling moet liefhebben;
en vooral het recht en
is
mag onderdrukken den vreemdebuigen.
Niet
Israël zoo krachtig
voor het recht van den vreemdeling opkomt. Dit alles echter
doelt uitsluitend op goede behandeling, hoogstens op genot van zekere burgerlijke rechten, en doelt in het minst niet op staatsrechtelijke be-
voegdheden. was, was,
Die
kwamen
uitsluitend toe aan wie lid van de Kahdl
en in de Kahdl kou niemand komen, die niet vooraf besneden d.
i.
die niet uit het
heidendom tot de Joodsche
religie
gegaan en alzoo Jood was geworden. Ook landbezit kon zijn,
(wel een huis in een stad)
het
behooren
tot
want
alle land in Israël
zijn deel niet
was
den stam en het geslacht verbonden.
was over-
erfelijk
aan
Zelfs leert
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's