Onze leestafel - pagina 26
.
472
ONZE LEESTAFEL.
zelf mensch geworden zijn en thans geen praatje van hun eigen klompen willen afwachten) en discht dan alles bij elkaar op in een voor velen sprekende verzameltitel Fan de Zonnehloem, die zon wou zijn^ welken titel gij aan het eerste der naar dit recept bereide :
gerechten ontleent.
Er
is
een grens aan
Is er een bekoring in gelegen ziel-
alles.
looze dingen als bezield en doode als levende,
voor te stellen,
Een
men moet van
stomme
als
sprekende
die liefhebberij geen misbruik maken.
zonnebloem, die zich de Zon, d.i. de godheid waant: stamrozen pochend op hun nobel voorgeslacht; een wijsgeerige hulst een pruimeboompje dat weer wat anders verbeeldt; ijdeltuitige
aristocratische
;
neen, dat woi'dt toch al Ziehier een proeve ijzeren
Pomp met
:
Waartoe men langs dien wegkomt? midden op het straatje, een
,,te."
,,Vóór de poort stond,
een mageren arm^ waaraan een dikke, glad-blank
en met een huilerig omlaag-hangenden snuit^ waarmaar tranen kwamen, stil-blinkende tranen, die langzaam volzwollen, zwaar uit-rekten, en dan dun weg-lekten en neer-platsten
gegrepen aan op
vuist zat,
al
een zwart-geruit rooster,
Men
—
vindt hier in al het gecursiveerde de personilieering van de
Pomp: smaak worden
ze
heeft een arm, een vuist, een snuit, ze huilt....
in
deze
wij
Wie
dingen heeft, kan hier zijn hart ophalen: straks genood te midden van stakende klompen, die een
stakers- vergadering
En
waaruit donker de diepte keek."
houden
zoo gaat het door.
en.
.
.
.
wegwandelen naar het korenveld.
In het derde verhaal komt een Engel, uit
den hemel gezonden om tevredenheid op aarde te zoeken, er toe eerst een wormpje te intervieuwen (maar die is niet gelukkig, want die moet in de aarde wroeten en zich voeden met vuil), dan een
specht
te
moeten lachen
hem
(o,
al
heeft
hij
die
het
akelig
zoo
—
vindt steeds te
verdriet; vervolgens de visschen, die
zij niet spreken kunnen. ook nog de zeer aandoenlijke „roman van een een wijfjes-eend wel te verstaan, die door haar man,
mirakel !) zeggen dat
Enfin,
eendje"
ondervragen,
er
.
.
is
een gelukzoeker, ongelukkig wordt gemaakt; in dat lange verhaal
wordt ook heel wat overhoop gehaald. En er is nog een verhaal van de groote en de kleine spar (wel het beste, omdat hierin ten slotte menschenlot de hoofdzaak is) en nog een geschiedenis „hoe de vogels den boom beschermden" en er is. nu, er is in dit heele boek zoo'n pratende, filosofeerende en mediteerende arke Noachs, dat het heusch een verademing is wanneer gij ten slotte van al die sprekende bloemen, planten en dieren afscheid genomen en het boek dichtgeslagen hebt. Oef! Oef! H. S. .
.
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 30 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 30 Pagina's