Om de oude wereldzee - pagina 416
I. Het Aziatisch gevaar. Rumenië. Rusland. De Zigeuners. Het Joodsche probleem. Constantinopel. Klein Azië. Syrië. Het Heilige Land.
KLEIN-AZIK.
388
werd aan de Perzische usantie ontleend. De orde bekende zich voor het uiterlijk geheel tot den Islam, maar schoof daarachter de Het gebruik van muziekinstrumenten (anders Perzische mystiek. onder den Islam bij den dienst verboden) werd aan deze orde bij haar gebeden toegestaan, en, met beroep op Koning David, die dansend voor de Arke bij haar opvoering naar de heilige hoogte uitging, werd van meet af bij deze Mevlévis tevens de moekahélé-cherif of heilige dans ingevoerd, dien ik naar aanleiding van de Tekkieh in de Rue de Pera reeds kortelijk omschreven heb. Dank zij de wetenschappelijke verdiensten van Djelal-Eddin's vader, dank zij zijn eigen fez
hoog-geloofde poëtische gaven, die vooral in
minder dank
zijn
niet
de
nieuwe orde en haar Tekkieh te Khonia en
zij
Mesnevé schitterden,
de gunst van Sultan Aleddin
en
in
III,
genoot
den omtrek hoog
aanzien een aanzien dat nog klom toen Sultan Aleddin, zonder opvolger ;
na
te laten, stierf, zoodat het rijksbewind
zoon van Brtogrul.
Deze toch,
moest overgaan op Osman,
handen voorshands het bewind in
die in zijn eigen emiraat de
nog vol had, noodigde toen Djelal-Eddin uit zijn plaats te voeren, een taak, waarvan hij zich op uitnemende wijze kweet, en toen Osman later zelf te Khonia verscheen, gaf hij hem trouw en eerlijk aanstonds het bewind over. Hieruit heeft zich later de legende ontwikkeld, dat Djelal-Eddin de ware erfgenaam van den Profeet
was
;
dat
deswege de Sultan Mollah-Unkiar als
hij
te
dus de echte Khalif zou zijn geweest, en dat
Constantinopel in de moskee
Eyub door den
van Khonia met het zwaard omgord moet worden,
bewijs van overdracht van het bewind. Daar nu het bestuur van
de Mevlévi-hané te Khonia gegaan,
is
erfelijk
is,
en van vader op zoon
over-
is
de macht van deze geestelijke dynastie gestadig geklommen.
Eens heeft Sultan Selim deze
in 1516,
op aanstoken van den Sheick-ul-
orde niet genegen was, haar te Khonia willen uit-
Islam,
die
roeien
en het klooster verbranden
besluit
werd ingetrokken.
Nog
;
maar het
reeds uitgevaardigde
in 1829 heeft Sultan
Mahmoud, om
de eere dezer orde te verhoogen, den Mollah-Unkiar den eeretitel van
maarschalk met een vast jaargeld verleend, en
met den Sultan te Byzantium te correspondeeren terSultan Abdul Mahid in 1889 bovendien aan de familie van
rechtstreeks wijl
hem het recht gegeven ;
Djelal-Eddin voor altoos vrijstelling van den militairen dienst schonk. Is
het uit deze historische herinnering duidelijk, dat de Mevlévi-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1907
Abraham Kuyper Collection | 590 Pagina's