Parlementaire redevoeringen - pagina 102
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
;
ZITTING 1901—1902.
100
Hinderwet
^ï5-artikelen in de
Dat
echter,
is
Tietjerksteradeel
uit
opgemerkt, geen houdbare toestand.
heeft
recht
gedeeltelijk de Veiligheidswet ingeschoven.
zooals de geachte afgevaardigde
te-
Ik vereenig mij dan
ook geheel met hetgeen ten slotte door den geachten afgevaardigde uit Amsterdam, den heer Lely, is gezegd, dat, wanneer het goed zal worden,
men
eigenlijk de bepalingen van de Veiligheidswet niet in de Hindermoet invoegen, maar bovendien eene afzonderlijke regeling moet ontwerpen van de wijze, waarop het toezicht, dat volgens die twee wetten moet uitgeoefend worden, in werking moet worden gezet. Aan de uitnoodiging van den geachten afgevaardigde terug te komen en ik meen hier op het genomen besluit, zou ik, wat mij betreft, mijner ambtgenooten te mogen spreken uit naam niet wel kunnen voldoen het zou ingaan tegen de geheele opvatting van de regularisatie, Wel heeft de geachte afgezooals wij die thans hebben vastgesteld. laat dan toch in geen geval de Veiligheidswet naar vaardigde gezegd Waterstaat gaan, maar voor die laatste waarschuwing dank ik hem, want juist daarmede heeft hij zelf erkend het principieele verschil, dat
wet
— —
,
;
:
om de Veiligheidswet, die van den arbeider beschermt, daar te laten, waar de belangen van den arbeid in de eerste plaats hoofd en hart vervullen. Ook meen ik er te mogen bijvoegen, dat, toen vroeger
tusschen beide bestaat en de noodzakelijkheid principieel de rechten en belangen
Arbeid
samen
Fabriekswezen
en
gevoegd
man aan
gevolge moest hebben, óf dat een
warm
voor
hart
de arbeiders
de
die,
voor de nijverheid
van
den dat
ik,
leiding
der
de
scheiding
en
het hoofd stond
ten
met een
was toevertrouwd aan een man,
gestemd, minder
opkwam voor
de rechten'
Die belangen toch strijden gedurig en daarom meen
arbeid.
Waterstaat
warm
altoos
dit
en minder hart voor de nijverheid, óf
aangelegenheden
dat
waren,
zaken,
dier
anderzijds
door
ze
Binnenlandsche
bij
eenerzijds
Zaken,
te
juist
brengen
bij
datgene
is,
wat eene goede behartiging van beide belangen zal bevorderen. Handelingen, blz. 461—462.
Mijnheer de Voorzitter! Het geschil met den geachten afgevaardigde uit
Haarlem
geschil,
tot
is
de
ten slotte door
Wat
vraag:
uitdrukking: „ter wille zijn"?
eene opvatting
en
hij
heeft
hem gereduceerd is
De
de
een lexicographisch
van
de
HoUandsche
geachte afgevaardigde heeft daarvan
met het gezag van moet echter zeggen, dat ik voor den weg ga waar het geldt orthographie
eene
poging gedaan,
Van Dale
die opvatting te steunen. Ik
het gezag
van Van Dale
uit
tot
beteekenis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's