Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 76

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

68

Hfst. III. § 42.

2.

Daardoor geraakte

een voor

tot

hij

TICHONIUS.

zijn tijd

helder inzicht in de

tegenstelling tusschen de heilige en de profane wetenschap, zonder

daarom de waardij der onderscheidt

waarneemt,

hetgeen „quod stitiosum

est,

secundum

est

en spreekt dan

zelf institueert,

hij

Opzettelijk zelfs

profane studie datgene, wat de mensch

de

bij

hij

en wat

miskennen.

laatste te

institutiones

uit,

dat

hominum, partim super-

partim superstitiosum non est"

II.

(lib.

c.

19).

Hij

algemeenen menschelijken bodem onzer kennis dus maar zoekt er voor de Theologie een eigen plaats. Scherp

verlaat den niet,

de

is

waardoor

getrokken,

lijn

hij

de wetenschap en de kunst

op theologisch terrein van een scheidt, en voor beide een eigenaardig Christelijk karakter.

En wat

ten slotte de weten-

schap der Theologie zelve aangaat, deze plaatst abstractie

lectueele

wortel

naast de

godsvrucht,

om

opkomen,

godsvrucht

der

eischt hij

maar

hij niet als intel-

ze uit den

laat

haar voorts

critische,

in

exegetische en dogmatische studie haar eigenlijke roeping aan te wijzen.

Had Augustinus

opgevat, en ware

zijn

taak nog in strenger zin formeel

nog ééne schrede verder gegaan, dan ware

hij

dezen grootsten denker onder de Vaders der Christelijke kerk

bij

ook het encyclopaedisch begrip reeds Maar zóó ver kwam Augustinus niet.

tot ontluiking

gekomen.

Tic ho}liiis.

§ 42.

men

Van

Augustinus'

De

de

geschiedenis

der theologische Encyclopaedie terstond op

in

divinarum

Institutio

Cassiodorus'

rechte. Cassiodorus zelf

noemt), die

Eucherius

hem

doctrina

litterarum

noemt onder de

over

;

dusver

doch ten on-

introductores (gelijk hij ze

voorafgingen, behalve Augustinus, nog Tichonius,

en Junilius, wier geschriften, voor zoover ze tot deze

rubriek hooren, aanwezig ed.

Christiana sprong

(Tarretii.

zijn.

1679 torn.

a.

leemte aan te vullen.

II.

CASSIODORUS, Opera Otnnta, 545). Het wordt dus tijd deze

(Zie p.

Beginnen we met Ticonius,

dorus, of Tichonius, zooals Augustinus

hem noemt.

gelijk Cassio-

Hij

was een

Afrikaan van geboorte, tijdgenoot van Augustinus, en Donatist. Een geleerde jurist en theoloog beide, van wien hier alleen ter sprake komt

zijn:

Liber de septem regnlis, te vinden in de

Maxima

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's