Parlementaire redevoeringen - pagina 147
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
OPLEIDING VAN INDISCHE AMBTENAREN. wetsontwerp sinds en
indiening van karakter
zijn
Het was ingediend
zoo.
het
waar onzerzijds moest worden geconstaontwerp voor het oogenblik niet verder kon worden
teerd, dat dit laatste
ook
is veranderd. Dit is ook een uitvloeisel van het opleidingsontwerp
als
vanzelf
spreekt
145
dat,
thans
het
behandeling gekomen
ontwerp tot vereen uitvloeisel van eerstgenoemd ontwerp kon worden beschouwd. Ik heb mij dan ook de vraag gesteld, behandeld,
V
hooging van hoofdstuk
in
niet langer als
toen wij dit eenmaal moesten constateeren, of dit ontwerp zou moeten worden teruggenomen, ja dan neen. Ik heb echter gemeend, dit niet te mogen noch te moeten doen, en wel om de reden, door den geachten afgevaardigde zelf aangegeven. Er moest, dit spreekt van zelf, eene tijdelijke voorziening worden getroffen. Er zal in 1904 geen genoegzaam getal candidaat-ambtenaren meer zijn om in den dienst te voorzien. Volgens de opgave van den Gouverneur-Generaal zullen er, 'alles bijeen genomen wat er te vinden is, in 1902, 1903 en 1904 nog beschikbaar zijn 48 candidaten. Nu is, naar het gemiddelde over 7 jaar
berekend,
worden veel,
het
getal
derhalve
in
dan slinkt het geheel
bijna
candidaten, dat men noodig heeh, 22 per jaar; 1902 22 ambtenaren verbruikt, en in 1903 even-
cijfer
weg en
van 48 door vermindering met 2 er
blijven
slechts
X
22
= 44
Zijn er dan in 1904
4 over.
weder 22 noodig, dan komen er 18 tekort. Het spreekt vanzelf, ook bij tijdelijke waarneming van het Departement van Koloniën mijn geachte ambtgenoot van Oorlog dien stand van zaken niet kon voortduren, en dat eene tijdelijke voorziening moest worden laten getroffen, om te maken, dat men voor 1904 zekerheid had, over een genoegzaam aantal ambtenaren te kunnen beschikken. Ik heb in de Memorie van Antwoord op dit ontwerp dan ook gezegd, dat de tijdelijk waarnemende Minister van Koloniën mij zijn voornemen toch
dat
had en
medegedeeld, de
ambtgenoot mij nadere gaarne
woord
zulk
tot
eene
over
voorziening
tijdelijke
te
gaan,
geachte afgevaardigde, de heer Fock, meende, dat mijn geachte
omtrent
mededeelingen kennis
die
gedaan
zou
Op
kreeg.
tijdelijke
het
voorziening
tijdstip,
dat
ik
wel eenige
tegelijk
waarvan
hebben,
dan wel de Memorie van Anthij
was dit nog niet het geval. Op anders bekend dan hetgeen ik in de
schreef. Mijnheer de Voorzitter,
oogenblik was mij nog niets Memorie van Antwoord heb medegedeeld.
dat
ambtgenoot met cept-Koninklijk State gaan. verstrekt,
die
ik
Intusschen
is
mijn geachte
voorziening verder gekomen.
Het conmorgen naar den Raad van
is gereed en van dit concept-Koninklijk Besluit welwillend inzage ben dus thans zeer wel in staat, niet om dit concept
Besluit
Mij
en
tijdelijke
zal
is
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's