Parlementaire redevoeringen - pagina 415
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONDER DE WAPENEN HOUDEN VAN zouden
dat het wetsontwerp werd aangenomen, mits zou indruischen tegen de waarheid.
namelijk
zien,
een vorm, die
in
413
MILICIENS.
niet
Handelingen,
Vergadering van
1354—1357.
blz.
Juli 1903.
1
Door den geachten afgevaardigde, den heer even aangestipt de interpretatie, in de stukken Regeering gegeven, van het woord .laatstelijk",
Mijnheer de Voorzitter!
Goeman
Borgesius,
van
zijde
de
der
voorkomende hebben
te
was
art.
de
dat
1
10 der Militiewet.
zelf
om
waartoe
eenige,
klaren,
in
gedaan,
oogenblik
Het
is
verklaard,
over
deze
die
geachte
Minister van
dat
Hij heeft intusschen, na dit het
thans
breeder
interpretatie
is
komt ook
het
Oorlog,
die deze lezing
pretatie
de
bij
mij
die,
voor, dat het minder gewenscht is
van de Regeering, die behoorlijk
Kamer nader aan
Voorts heeft
te
weiden. te
ver-
had voorgesteld,
welke thans door
verdedigd. Hier bestaat blijkbaar eene misvatting, doch
gaan en dat thans ook geen poging
te
uit
spreker zich bepaalde, was,
daaromtrent eene geheel andere opvatting had dan de Regeering
geschikte
het
niet
de heer
te
aan in
te
is,
thans daarop in
wenden om de
de stukken
is
inter-
verdedigd,
bevelen.
Goeman
Borgesius zich homogeen verklaard
met den heer Drucker in de bezorgdheid, die ook bij hem was opgekomen door het lezen in de Memorie van Antwoord, dat inderdaad bij de Regeering de bedoeling bestond, op verhooging van het blijvend gedeelte aan te dringen. Evenwel was er toch tusschen hetgeen hij in het midden bracht en wat door den heer Drucker is gezegd eenig verschil.
De
geachte
afgevaardigde
door mij beantwoord. zich
zelf
had
bloot
uit
Groningen
Waarom? Omdat gegeven
en
iets
is
gisteren eenigszins scherp
de heer Drucker mijns inziens gedaan had, dat tegenover de
voorkomt, door een lid der Kamer tegenover de Regeering niet mag geschieden. Heel natuurlijk is het, dat, wanneer de Regeering een voorstel aankondigt, daarover
Regeering
onbillijk
was
en,
naar
het
mij
bevreemding wordt uitgesproken. Dat is het recht van elk lid der Kamer. Ook mag men zeggen, dat men daarover eenigszins bezorgd is en dat men zich het recht voorbehoudt, er critiek op te oefenen. Wanneer men echter, eer nog de voordracht er is en eer men dus nog weten kan, wat er in die voordracht staan zal, vóórdat men ook nog iets gelezen heeft van de motieven, die de Regeering tot het doen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's