Parlementaire redevoeringen - pagina 311
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONDERWIJSZAKEN. hij
daaruit
kunnen
meen geen In
Groningen
afleiden, dat de beslissing te
steun vindt van de
tweede
de
309
zijde
der
vraagt de geachte
plaats
in het alge-
Regeering. afgevaardigde,
waarom
niet
eene afdeeling van den Bond van Nederlandsche onderwijzers ontvankelijk is in beroep als belanghebbende. Er is geen mogelijkheid, het begrip „belanghebbende" dit
beroep,
als
in
de wet
Wanneer
wenschen.
uit
ik
leggen in den
te
dit
deed,
zin,
zooals de heeren
zou ik evenzeer het recht van
de wet gelegen, moeten erkennen ten behoeve van het
in
onderwijs, want dit heeft er belang bij, dat niet uit de gemeentekas te veel voor het openbaar onderwijs wordt gegeven; dan zou ik als belanghebbende moeten erkennen eiken ingezetene, die in de gemeentebelasting medebetaalt, want men kan zeggen: hoe meer
bijzonder
wordt uitgegeven voor het onderwijs, hoe meer belasting ieder zal moeten betalen. Neen, men kan het woord belanghebbende in de wet niet verder laten strekken dan tot dengene, die persoonlijk belang bij de zaak heeft.
De
wat er moet geLimburg de onderwijzers niet worden betaald. Ik heb nog geen tijd gehad om naar Limburg te gaan, maar ik heb van den zonderlingen toestand gehoord, dat ook burgemeesters en secretarissen niet betaald worden, eenvoudig omdat er geen geld in kas is. Naderhand wordt dit dan wel op de eene of andere wijze gevonden maar ook ik acht dit geen houdbaren toestand. Wanneer onderwijzers arbeid hebben verricht en diensten gepraesteerd, dan moeten zij ook betaald worden, niet over den tijd, maar op den tijd. Er moet dan door die gemeentebesturen maar gezorgd worden, dat zij, wetende op welke momenten de betaling moet geschieden, ook geld hebben om te kunnen betalen. De geachte afgevaardigde, de heer Smeenge, heeft mij eenige vragen afgevaardigde heeft voorts gevraagd,
geachte
daan worden,
als in
;
gedaan over een wetsontwerp, dat aangekondigd is, inzake pensioneering van weduwen en weezen. Ik kan mij zeer goed voorstellen, dat hij eenige nieuwsgierigheid koestert om te weten, hoe het met deze aangelegenheid staat, en ook, dat hij gedacht heeft: als ik er op aandring,
op de wijze, waarop het ontwerp den invloed van zijn woord en gelooven, dat ik voor dien invloed ontvankelijk ben. mij ten goede moeten houden, dat ik mij over de zaak
het
heeft
bewerkt wordt. hij
gelieve
Toch
zal
te hij
misschien
Welnu,
invloed
men
kent
zelf niet uitlaat.
De
heer
Rapporteurs
vragen
in het
Smidt
hem
heeft
niet
mij
medegedeeld,
ter wille is
Voorloopig Verslag.
geweest
Nu
dat
in het
vraagt
hij
de Commissie van opnemen van eenige aan de Regeering, of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's