Parlementaire redevoeringen - pagina 385
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
DE GEMEENE HEIDEN EN WEIDEN
IN
GOOILAND.
383
dan zou men toch altijd beter hebben gedaan, te geven tot het vuren op dat paard of op die twee bij consigne die op zich zelf een uitstekend objectief hadden geboden beesten, dan te laten schieten op menschen. Niemand toch kan beweren, dat hier eene zoodanige samenschakeling van omstandigheden bestond, dat men kon zeggen, dat, wanneer men op dat oogenblik er niet een menschenleven aan waagde, de publieke orde gevaar liep. Er waren niet meer dan elf personen,
met geweld
te
beletten,
last
—
—
en gevaar voor eene botsing, door het opkomen van erfgooiers van de andere posten, bestond op dat oogenblik in geen enkel opzicht. Die overtuiging stond van meet af aan bij mij vast, en ik heb daarvan, zooals uit het zoo straks voorgelezen telegram blijkt, onmiddellijk kennis gegeven.
De
geachte interpellant
toegevoegd,
heeft aan zijn
deze namelijk: Ligt het
in
tweede vraag nog eene derde de bedoeling der Regeering, er
waken, dat eene juiste toepassing van art. 184 der Gemeentewet ook in de Gooische gemeenten gewaarborgd blijft? Ik zou, zooals ik de zaak bezie, zeggen: de juiste toepassing was op dit oogenblik niet gewaarborgd en dus is de quaestie minder, of zij gewaarborgd zal blijven, dan wel of zij voor de toekomst gewaarborgd zal worden. De voor
te
geachte interpellant weet nu reeds, dat ik mijnerzijds terstond heb gedaan
wat
ik
op dat oogenblik kon doen,
om
dien waarborg
te
geven, namelijk
aan den burgemeester mijn afkeuring over de zaak doen mededeelen.
Of
ik
op
dit
het
hierbij
laten
zal
dan
blijven,
wel
Ware
oogenblik nog niet beslissen.
verder
gaan,
kan
schorsing als straf
in
ik
de
van ons gemeentelijk recht meer usance geweest, dan zou
toepassing
zonder
op dat
hebben voorgedragen. van de zeer dubieuse middelen van redres geldt, meende ik daartoe niet te moeten overgaan. Wanneer de geachte interpellant vraagt, of ik ten bate van de Gooische
ik
Maar daar
twijfel
schorsing
als
oogenblik
straf
schorsing
steeds
als
een
gemeenten voor het vervolg nog iets doen kan om te voorkomen wat m. i. is eene overschrijding van bevoegdheid, dan wil ik wel zeggen, dat ik het denkbeeld in overweging heb genomen, aan de burgemeesters van Naarden, Bussum, Huizen en Laren eene circulaire te richten, waarin ik hun mededeel, welke mijn meening over den loop van deze zaak is geweest en waarin ik dan tevens zou kunnen aangeven,
wanneer onverhoopt het geschil tusschen erfgooiers en de Vergadering van Stad en Lande tot nieuwe feitelijkheden leiden mocht. Wat ik verder nog als Minister zou kunnen hoe mijns inziens
doen
om
in
zal
te
handelen
zijn,
een zeker aantal bepaalde gemeenten, ten opzichte van eene art. 184 der Gemeente-
bepaalde quaestie, eene zuivere handhaving van
wet
te
verzekeren, zie ik voorshands
niet in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's