Parlementaire redevoeringen - pagina 22
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
20
— 1902.
den vroegeren afgevaardigde voor Sliedrecht gehouden rede. Het verwijt van inconsequentie, in die critiek schuilend, zou volkomen gerecht-
December 1897 het vorig Kabinet op wijze licht had geacht onvergeeflijke op thans tot de orde riep, wat hij destijds tegenover het Kabinet-Pierson zoo zwaar liet wegen. Maar is dit zoo? vaardigd
indien
zijn,
hij,
die
1
zelf
De
grief,
gebracht, zijnde,
op
was,
zich
1
hoewel
het,
feitelijk
nochtans aandiende
groote liberale
het Kabinet-Pierson te berde
December 1897 tegen
dat
niets
dan een coalitie-Kabinet
vertegenwoordiger
als
van
de
ééne
Aan een Kabinet nu, waarvan de politieke denk-
partij.
beelden in ééne enkele partij belichaamd
zijn,
mag en moet
de scherpste
van homogeniteit gesteld worden; en aan dien eisch, zoo was de strekking der toen gehouden rede, voldeed de samenstelling van het
eisch
destijds tijdens
opgetreden
Kabinet
van
verkiezingen
de
Of was
niet.
1897
het
feit
staatslieden,
niet notoir, dat
die
men
met pertinente en exclusieve
Kabinet saam terugvond,
elkander waren opgetreden?
Van
bestrijding tegen
casuspositie verschilt
die
nog
straks in het
echter de
stand van zaken, voor zooveel het huidige Ministerie aangaat, ten eenenmale. Dit Ministerie heeft geen oogenblik
belichaming
van
Het
anders en
is
De
niets
de
de pretentie, de ministerieele
denkbeelden van ééne staatkundige wil niets
anders
zijn
partij
dan een Kabinet van
te
zijn.
coalitie.
hebben zich nooit voorgedaan en zullen zich nooit kunnen voordoen als te behooren tot eenzelfde partij onder het volk. Eenheid van oorsprong is hier alzoo noch beweerd, noch kan ze zelfs, door wien ook buiten het Kabinet, aan zijn leden toegedicht worden, daar ieder weet, hoe de anti-revolutionaire en de
leden,
die het Kabinet samenstellen,
Roomsch- Katholieke
twee
staatspartijen
in zichzelf afgesloten
èn
in
het land
èn
in
de
Kamer
groepen vormen. Daar nu de begrippen van
uitsluiten, moet met den formateur van het huidige Kabinet in onverzoenlijke tegenspraak te brengen, met beslistheid worden afgewezen. Een homogeen coalitie-Kabinet ware een contradictio in terminis. Bij een coalitie-Kabinet kan van het spannen van één boog geen sprake zijn. Viaduct met ten minste twee bogen te zijn, is zijn onvervreemdbaar kenmerk. Doch al is het persoonlijk verwijt hiermede te niet gedaan, toch blijft ook zoo de vraag haar recht behouden, of een niet-homogQQn, wijl coalitie
en van partijhomogeniteit elkander rechtdraads
de toeleg
om
den redenaar van
coalitie-Kabinet, in
1
December
'97
onze constitutioneele Staatsinstellingen recht en reden heeft. Deze vraag wordt in principiëelen zin zonder aarzelen ontkennend beantwoord. De constitutioneele Staatsvorm, gelijk
van
bestaan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's