Parlementaire redevoeringen - pagina 75
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE DOODSTRAF.
73
waar men eerbied vraagt voor karakter in onze niet aangaat, den man, die den moed en het karakter toonde om dit uit te spreken, in de kleine pers en in de blaadjes te bespotten, ja, wat meer zegt, zelfs hier in dezen kring eene dergelijke uiting van karakter met spot en gelach te begroeten. Wanneer hetgeen ik zooeven heb voorgelezen ware voorgedragen zonder vermelding van auteur, zou men er wellicht ook om gelachen hebben, maar nu men hoorde, dat het een citaat was van Kant, heeft men zich daarvoor gewacht. Ik kom tot den geachten afgevaardigde uit Zutphen, Ik behoef uit
te
spreken,
dat,
dagen van karakterschaarschte, het
wel
niet
zeggen, dat ik het bijzonder op
te
heb, dat mijn
prijs gesteld
geachte ambtsvoorganger op zoo nobele en zoo loyale wijze
de oppositie
op hoogen had mogen
ik
Hij die
Antwoord geschreven er
af
niets
te
namelijk
heeft
drie
was
vinden.
mogelijk zullen merken.
gewoon,
gevallen
over
wij
stel
gezegd,
bladzijden
in
Ik in
Maar
dat
hoop,
waarover
iets,
dat
van
had, wel gedacht zou hebben
van de beginselen, die
als lid
van
ik dit
de geachte afgevaardigde, die oppositie be-
eerste
want verder
ben;
beginselen
is
terstond
inziens
vallen.
toen
schijnlijk,
Toch
prijs.
mijns
ginnende,
hem
opgetreden: van niemand meer dan van
is
staatsstuk
ik
niet
hoogst waar-
ik
Memorie van
de :
hij
ben
blij,
dat ik
van die Christelijke
dat de leden
van de linkerzijde
de wetgeving zullen brengen, zoo weinig toch zullen
zij
er in zitten.
Wij
zijn niet
het zout en de aardappelen elk afzonderlijk op te dienen, wij
koken beide
te
zamen, zoodat men ten
slotte het zout niet
meer
proeft.
de tweede plaats heeft de geachte afgevaardigde gevraagd, of ten aanzien van de evenredige vertegenwoordiging niet een commissoriaal In
kunnen worden ingesteld. Is het gewoonte, eene Staatscommissie te benoemen, ten einde een academisch onderzoek in te
onderzoek stellen?
aan
de
zou
En zou niet eerst dan de instelling van zulk eene commissie orde kunnen komen, indien èn plan èn toeleg bestond om tot
invoering van die evenredige vertegenwoordiging over
te
gaan?
Zeer naar mijn hart was ten slotte de opmerking van den geachten afgevaardigde uit Zutphen, dat hij aan u. Mijnheer de Voorzitter, uiteraard in verbinding met uw medelid, den heer Van Alphen, het eeresaluut bracht voor het vinden van den steen der wijzen in zake het kiesrecht. Ware in 1894 het door u beiden voorgedragen amendement aangenomen, wij zouden een gansch ander verloop van de electorale historie gehad
—
ik Het huismanskiesrecht. Mijnheer de Voorzitter, begint maken opgang te meer constateer dit met genoegen van lieverlede
hebben.
—
dan vroeger.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's