Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 188
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
]8o
de Polemiek
van
deze
Hfst. 111.
2.
§71. GIJSBERTUS VOETIUS.
zich
door de uitgebreidheid der
alleen
polemische literatuur verontschuldigen laat in
edoch een
;
schets, die
weerwil van deze gebreken, en ondanks de weifeling, die
Kerkrecht èn
het
hem
onder de practica èn onder de historia (dus
tweemaal) deed behandelen, door haar rijkdom, uitgebreidheid en
Het was Voetius
breedheid van blik hooge waarde bezit.
om
baar te doen,
door en door kundige theologen
dan ook duidelijk
blijkt
uit
te
blijk-
vormen. Dit
de degelijke wijze, waarop
hij in
het
aankomende theologen van dit werk de Reeds trekt het terstond de aandacht, dat hij niet zoo maar een ieder tot deze studie wil toelaten maar eischt, dat Kerk en exercitia der
eerste deel
bespreekt.
;
hoogleeraren zullen saamwerken,
om
waken, dat noch on vrome,
te
noch onknappe jongelingen Theologie gaan studeeren. Hij wil een keurcorps, en wil daarom een delectus ingeniorum
Voor jongelingen, vraagt
hij
(lib.
drie jaren propaedeutische studie aan de
vier jaren voor
1.
cap.
1).
de Latijnsche school hebben afgeloopen,
die
de eigenlijke Theologie.
Van
Academie, en
deze drie jaren moet
het eerste jaar aan de talen, en moeten de beide volgende aan de philosophische
vakken gewijd maar zóó, dat tegelijk een inleidende ;
theologische studie reeds deze drie jaren de propaedeutische ver-
en niet minder reeds deze driejaren door godzalige oefeningen
zelle,
Dan komt de
geheiligd worden. uiteenvalt,
sectiën
elk
van één jaar
Hij
eigenlijke Theologie, die in drie
de eerste van twee jaren, de beide volgende
(p.
35).
begint in de eerste sectie met de bibliologische en dog-
matische vakken. In de tweede sectie blijven deze vakken, maar
komen
er de polemische en ecclesiologische bij
de practische blijvende
(p.
49, 50); terwijl in de.
vakken en de meer speciale
dat Voetius in de practijk
van
zijn
innerlijke
stelde;
deels
ook reeds
derde sectie de nog over-
studiën, b.v.
vaders en Scholastieken aan de orde komen.
voorgrond
;
van de Kerk-
Men
ziet hieruit,
de Schriftstudie wel terdege op den
en dat niet minder de godvruchtige ontwikkeling
kweekelingen hem na aan het hart godsvrucht en
godzaligheid
in
lag.
Voetius stelde
den wandel voor elk
theoloog steeds als eerste vereischte, en begreep, dat de academische
vorming hieraan
niet in
den
weg mocht
staan,
maar deze moest
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's