Parlementaire redevoeringen - pagina 411
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ONDER DE WAPENEN HOUDEN VAN
MILICIENS.
409
dat men, juist met het oog op de moeilijkheid, nu heeft voorgedaan, wanneer onverhoopt de indiening van zulk een wetsontwerp wat lang uitblijft, den weg, door hem aanbevolen, niet zou kunnen beproeven. Evenwel zouden aan het be-
weging
verdient,
zich
die
van
treden
weg weer
dien
eigenaardige bezwaren verbonden zijn en dan zouden deze opnieuw opduiken. Zoo zou men wellicht voor de derde maal terugkeeren tot dezen weg als tot den meest profijtelijken en meest practischen.
Wanneer de geachte afgevaardigde uit Roteen amendement het wetsontwerp, gelijk het daar ligt, aan te passen aan den huldigen toestand en het waar te maken, ook in betreking tot de nu bestaande werkelijkheid, dan zal de Regeering Mijnheer de Voorzitter!
kans
terdam
het
ziet,
door
dat door hem mocht worden opgeworpen, gaarne in overweging nemen; en in zooverre wil ik gaarne, eer der Regeering het laatste woord gesproken wordt, eerst
denkbeeld,
zeer
ernstige
van de
zijde
den geachten afgevaardigde of een ander hooren.
maar
Ik zeg niet, dat het onmogelijk wil
ik
van de Kamer daarover
lid
een amendement
is,
wel verklaren, dat het mij op
dit
vinden,
te
oogenblik niet klaar en
helder voor den geest staat, hoe het zou moeten zijn ingekleed.
Ten
slotte
een woord aan den eersten geachten spreker van heden-
morgen, den heer Troelstra,
weg van den daarmede
wel bedoeld
zal
zijn
objectief geschiedschrijver het
weet
Ik
stelde.
die
geschiedschrijver.
niet,
:
ons heeft zoeken Hij
hield
gedurende
het
te
lokken op den
voor mogelijk,
—
eigen leven
zijn
gebeurde van de
laatste
,
maanden
—
en
dat een te
boek
hoever de historische studiën van dien spreker
Mijn studiën hebben mij nog
al eens op historisch terrein over den oorlog met Spanje, waaraan hij ons heeft herinnerd, is mij die objectieve geschiedbeschrijving nog niet bekend. Ook in het algemeen moet ik zeggen, dat mij van objectieve geschied-
zijn
gegaan.
maar
geleid,
zelfs
beschrijving over gebeurtenissen, waarbij van eenzelfde volk twee deelen
hebben
scherp
tegenover
ook
een ander land, nooit eene geslaagde proeve
in
elkander
gestaan,
alleen
niet
is
bij
otis,
voorgelegd.
maar Maar
eene dergelijke objectieve geschiedbeschrijving van het hij ontkent in mij de geschiktheid gebeurde ons te wachten stond, om daartoe eene bijdrage te leveren en, hoewel schoorvoetend, bracht gesteld
al,
hem de zag
—
,
dat
—
billijkheid er toe, te verklaren, dat hij zelf
dan
is
ook nog
niet objectief
het mij niet duidelijk, hoe wij verder gebracht
kunnen
worden door een debat tusschen een lid van de Kamer en een woordvoerder der Regeering, die beide geen objectieven blik op de zaak hebben en die te zamen bijdragen zouden moeten gaan leveren voor de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's