Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nabij God te zijn - pagina 356

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nabij God te zijn - pagina 356

2 minuten leestijd

348 GELIJK EEN HERT SCHKEEUWT NAAR DE WATERSTROOMEN. God, het onstuimig dringen naar den levenden God opkomt. Augustinus'

Zelfs mij,

het

tot

ruste

,Mijn hart

uitroep: in

U,

o,

blijft

onrustig in

mijn God!" verbleekt hier in

aantrekkelijkheid van glans.

Het

hier

is

Een dorsten naar

dorsten.

een

den

God, zooals het uitgedroogde bloed, na afmatting,

levenden

mensch en dier om vocht, om lessching, om water, niet roept, maar schreit, en schreeuwt, voorzoover het verdorde verhemelte dat roepen met heesche, schorre keel, dat roepen met hoorbaar geluid nog toelaat. Het beeld gaat dan ook op de dierenwereld terug, waar van bezinning, vroom bedoelen of opzettelijk roepen geen sprake kan zijn. Tot het hert, dat uitgeput, en niet meer kunnend, als in wanhoop het uitschreeuwt, omdat het, einin

stroombed doorgerend, dat stroombed waterloos

delijk tot het

en

vindt,

nu,

natuuraandrift,

enkel

uit

omdat het dreigt

neer te storten, en water voor zijn dorst niet langer derven kan,

lucht breekt

de

water

met

zijn

in de uitgedroogde

zijgen, als het

om water

gillend geschrei,

bedding

;

en straks zal het neer-

water niet komt,

In die natuuraandrift, in die passie, in dien hartstocht, in

God in de ziel, in dat verheimwee naar den levenden God, ligt hier het ver-

dat bijna sterven van dorst naar terend

hevene,

het

aangrijpende,

het

wegsleepende,

en

het diep

beschamende tevens. Of,

hoevele

zijn

de

oogenblikken in

uw

leven geweest,

dat ge, zonder dat de nood drong, of anderer stem u lokte, of de consciƫntie u

drang

Ge toon, alzoo,

der

ziel

voelt, bij

niet

met haar prikkel

ge ontwaart

het

stak, uit louter natuur-

alzoo naar den levenden

zelf

soms,

bij

meezingen van

maar

God gedorst

hebt.

het beluisteren van dien zilveren

altoos in

dit heerlijk lied,

uw

hart

zijn

dat het

moest; dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's

Nabij God te zijn - pagina 356

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 368 Pagina's