Parlementaire redevoeringen - pagina 653
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
De Leerplichtwet.
651
De vraag, of de wet blijven kan gelijk zij is, heb ik meermalen ontkennend beantwoord en dat doe ik ook nu ik meen, dat er verandering moet komen. Maar ik moet toch degenen, die daar sterk op aandringen, ;
De
één ding op het hart binden.
heer
Van der Zwaag
volkomen te recht gezegd, dat de schrik er daar nog iets aan toe; door deze wet in te voeren m.
al
i.
heeft namelijk
Ik voeg
uit is.
men een
heeft
regel
de wet, en het stellen van een regel heeft altoos de neiging,
gesteld in
wakkeren: „nitimur in vetitum." ouders hun kinderen eenige maanden voor het twaalfde jaar van school nemen, gebruik makende van de langzaamheid van het proces. In verband daarmede meen ik, dat, wanneer men eenmaal zulk eene wet gehad heeft en men gaat die intrekken, men ons niet terugbrengt op het standpunt, waarvan wij uitgegaan zijn, wijl wij dan vinden een verzwakt besef. Dan schaadt het wegvallen van middelen, die vroeger werden aangewend om het schoolbezoek te bevorderen. Daarom blijf ik overtuigd, dat deze wet herzien moet worden, maar wensch ik eerst klaar en duidelijk mij rekenschap van ook al zijn Ontkend is door mij nooit, haar werking te geven. dat deze wet het absolute de opgaven ten deze juist niet volledig tegen
verzet
Ook
van
dien
links
maatregel er
is
op
aan
te
gewezen,
dat
—
—
,
en het relatieve schoolverzuim voor een aanmerkelijk deel heeft gekeerd. Ik zou niet weten, dat
het
dat
kinderen
niet
waarom
gevolg school
zou ging
—
Het spreekt
zou ontkennen.
ik dat
Men
wezen.
wist,
dat
een
volgens berekening 50.000
vanzelf,
groot
—
en
aantal
toen
men eene wet maakte, waarbij de menschen met kwamen kinderen naar school, die anders niet naar school zouden gegaan zijn. Hoe het intusschen zal moeten worden aangepakt en wat het gestraf
schikte
oogenblik
wensch
ik mij
In
verband
zal
zijn
om
tot
de beslissing voor
wijziging over
te
met de Leerplichtwet
te
gedreigd werden,
gaan, daaromtrent
behouden. heeft de heer
Goeman
Borgesius
het herhalingsonderwijs ter sprake gebracht en gewezen speciaal op het voorgevallene in Munnikendam en ook in enkele andere gemeenten in
Groningen. (De geachte afgevaardigde zegt, van Muntendam te hebben gesproken. Mijnheer de Voorzitter, de geachte afgevaardigde heeft soms de gewoonte, onder het spreken zich zoo sterk naar een zijner bankgenooten Het is dus Muntendam.) Wante keeren, dat ik hem niet juist versta. neer dit ware medegedeeld in het Voorloopig Verslag, zou ik een en
ander
hebben
onderzocht,
maar de geachte spreker
zal
het mij ten
goede houden, dat ik in de volstrekte onmogelijkheid heb verkeerd, iets na te gaan. Want toen ik gisterenavond, van hier komende, aan mijn Departement kwam, vond ik mijn bureau gesloten en toen ik daar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's