Parlementaire redevoeringen - pagina 535
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
INVALIDITEIT8- EN OUDERDOMSPENSIOEN. repliek
zijn
mits
mij
hij
los
zijn
geworpen denkbeeld nader zou
daarheen
gaarne
er
ik
toelichten,
zou
toe
533
overgaan,
de
zaak
willen
bespoedigen,
te
de mogelijkheid daartoe maar aanwijst.
nu nog tweeërlei te bespreken, nl. de zaak van het technisch onderwijs en die van de invaliditeits- en ouderdoms-pensioenen. Wat Er
blijft
het technisch onderwijs betreft,
de Memorie van Toelichting voor de
is
ontwerp-suppletoire begrooting ten behoeve van den eersten termijn voor het stichten van een iechnicum gereed. In die
Memorie van
Toelichting
de denkbeelden van het Kabinet omtrent het vakonderwijs uiteen-
zijn
zou dus een begin mee kunnen worden gemaakt, zoodra tijd heeft, die suppletoire begrooting af te doen. Het
Daar
gezet.
de
Kamer den
zal
een
het
kan wel
het
daarvoor de
Mij
wetsontwerp
ook
stadium
eene
tot
tijd
zal
zaak
deze
niet
breede
heden
voor
het
is
met
meer dan twee ik natuurlijk
laat
zijn,
voldoende,
te
artikelen
zijn,
geven.
hebben medegedeeld,
thans verkeert.
Ik
doch
Wanneer aan de Kamer over.
aanleiding
discussie
meende
toch,
in
welk
van achter
doen aan de voorbijgangers, door eenigszins te vermelden, hoe het met de zaken staat. Wat de invaliditeits- en ouderdomspensioenen betreft, heeft men begrijpelijkerwijze daarop van alle kanten, zonder onderscheid, zoo van rechts als van links, met den meesten ernst aangedrongen. de schutting sprekende, een dienst
Daarom zou
te
willen vragen, of er in deze
ik
is,
die
denkt
of
in
zijn
schik
zou
zich zijn
zou
kunnen
dan
hij,
die
Kamer één
verbeelden,
op
dit
dat er
oogenblik
afgevaardigde
iemand meer
spreekt, indien
de mogelijkheid bestond, metterdaad ook die zaak met dien spoed hier in
Kamer
de
de heeren,
—
te
brengen, dien
— zooals
men
wenscht.
de geachte afgevaardigde
Ik zal niet spreken over uit
Den Helder en enkele
over deze zaak gesproken hebben op eene wijze, waaruit blijkt, dat zij zelfs nooit de moeite hebben genomen, het rapport van de Staatscommissie over deze ingewikkelde zaak door te zien. De ge-
anderen
,
die
achte afgevaardigde
zich zelf,
men
Den Helder
heeft uitgeroepen:
Gij beroept u op
berekeningen? geef maar geld! Zoo kan niet een ander, doch alleen omdat men daardoor toont, te spreken over dingen, waarvan
berekeningen:
men wel
uit
waartoe
spreken,
die
maar dan schaadt men
niets afweet.
Zeer goed zorg toch, zegt: Zutphen begrijp ik, dat de geachte afgevaardigde uit Doch hij zal het ook dat gij met dat verzekeringswezen vooruitkomt. begrijpelijk vinden, dat mijnerzijds de vraag gesteld wordt: wat hebben
Het
•de
zij
mij geoorloofd, deze zaak eenigszins toe te lichten.
heeren van het Kabinet, dat het huidige voorafging, gedaan, toen
zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's