Parlementaire redevoeringen - pagina 396
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
394
waar vaststaat, dat de haven, in welke het schip lag, waarop die arbeid werd verricht, deel uitmaakt van de ruimte, waar voor dat bedrijf pleegt gewerkt te worden aan het voortbrengen van overwogen,
suiker
„dat,
beetwortelen,
uit
(Arbeidswet)
is
verricht
die in
arbeid
eene
volgens
art.
2 der vermelde wet
werkplaats; dat toch
of
fabriek
dit
aanmerkende zoowel open als gesloten ruimten, die aan de verder genoemde voorwaarden voldoen, zonder eenig deel daarvan uit te zonderen, die ruimten tot fabriek of werkplaats in den zin der wet verklaart en niet enkel de gedeelten daarvan, waar de eigenlijke fabriek
als
artikel,
fabrieksarbeid, zooals die in
Waar
art.
2 wordt omschreven, plaats heeft."
de quaestie zoo was uitgemaakt, ten opzichte van een geheel
analoog voorbeeld, dat ook gerekend werd
meen
werkplaats,
ook
dat er
ik,
tot
arbeid op de fabriek of
aanleiding bestond, te veronderstellen, dat
van het scheepskruien van steenen dezelfde interpretatie moest worden aangenomen. ten opzichte
De
laatste
maals dat
vraag van den geachten spreker 15 in overweging te
art.
Mijnheer
de
Voorzitter!
woorden zeggen, hoe uitnemend
ik
Ik
is,
of ik bereid ben, nog-
nemen?
wil,
wat die vraag
betreft,
tegenover deze geheele quaestie
sta.
met korte Ik begrijp
goed, dat, wanneer eene zekere industrie, gelijk hier deze,
van oudsher gewend is geweest aan het medewerken van vrouwen en van jongeren, en dus het profijt van het goedkoopere loon gehad heeft, het altijd eene harde zaak is, die erg ingrijpt, wanneer dat niet meer met die ruimte, gelijk het vroeger plaats vond, wordt toegestaan. Maar is het daarom onmogelijk? Moet het de industrie dooden? Er is in Zwammerdam eene fabriek van den heer Sprei, waaromtrent mij door den inspecteur gerapporteerd is, dat die man al eenigen tijd geleden alle hij
vrouwen van mede, omdat
zijn hij
man en
plaats heeft
geweerd. Hij heeft dat gedaan, deelde
Woord
meende, dat Gods
het vorderde.
Hij
is
op grond van zijn Bijbel. Omtrent die fabriek, waaruit de vrouwen zijn geweerd, wordt nu medegedeeld, dat zij in den eersten tijd wel schade beloopen had, maar dat zij zich spoedig hersteld had en dat men van achteren geen berouw gevoelde, tot dien maatregel overgegaan te zijn. Werd in die fabriek alle vrouwenarbeid geweerd, bij dit besluit worden slechts vier werkzaamheden aan vrouwen ontzegd.
een
geloovig
Nu meen doorleefd, als
de
bezig
ik,
dien
het
gedaan
dat de toestand deze
waarin
is:
wij
hebben eene lange periode
de vrouw evenals de man, en de jongere evengoed
voor zulken arbeid gebezigd werd; maar wij zijn toestand te geraken om tot een anderen over te gaan,
volwassene, uit
heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's