Parlementaire redevoeringen - pagina 675
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
Benoemingen aan de
673
R. V. B.
voor eene admistratieve betrekking. Bovendien nog voor agent en dan nog 80 sollicitatiën voor „wat het dan ook zijn mocht". Daarenboven nog pakketten sollicitatiën van heeren medici, om hetzij als medisch adviseur, hetzij als controleerend
2567
sollicitatiën
1090
sollicitatiën
worden aangesteld. Wij hadden dus tusschen de 3700 te 3800 sollicitatiën en wanneer men zich indenkt, hoeveel dat is, wat voor stapels en bergen papier dat zijn, en men voegt bij elk request de getuigschriften, de bewijzen, de diploma's en voorts nog de ver-
geneesheer en
men
schillende brieven van recommandatie, die zijn ingekomen, dan zal
gevoelen, drie
dat
men
bij
der
bestuurders
het
enkele
denkbeeld reeds, alsof men
bij
de
Rijksverzekeringsbank ook maar van verre kon
bekwaamheid en geschiktheid van deze personen betreft, eenvoudig naar het onmogelijke grijpt. De heeren hebben bij de groote drukte, die reeds de eerste instelling van de Bank hun gaf, bij ^de regeling van de werkzaamheden, hun opgelegd, gedaan wat zij konden, maar het ligt ook in den aard der zaak, dat ik onderstellen eene nauwkeurige keuze, wat
voor mij zelf naging, of er onder die sollicitanten ook waren, van wie op gronden, voor mij volkomen afdoende, wist, dat men in hen bekwame en geschikte ambtenaren zou krijgen. En nu is van meet af aan deze zaak hier in deze Kamer opgezet als eene partijquaestie en daardoor is de quaestie onjuist gesteld. De eenige vraag, die had moeten
ik
gesteld
worden en waartoe men is. Daarmede alleen
en geschikt ik,
recht had, heeft de
is,
of het personeel
Kamer
te
toen ik de bestuurders sprak, hun de vraag gesteld, of
personeel klachten hadden en hun antwoord was, dat
en voor den arbeid van hun personeel
niet
bekwaam
maken. Daarom heb zij
anders dan
zij
over het
voor den
lof
ijver
hadden.
En
waar ik ook later nog eens omtrent bepaalde personen, die ik op eigen verantwoordelijkheid
en op eigen aanbeveling heb geplaatst, inlichting
vroeg, heb ik het antwoord ontvangen, dat, wat die bepaalde personen betrof, niet anders
en dat alleen
is
dan een gunstig getuigenis kon gegeven worden. Dat is men in de Kamer eene andere vraag
de vraag. En nu
gaan doen, en wel deze, of niet van de zijde der Regeering eene zekere Dat probleem, de bevoorrechting was gegeven aan geestverwanten. vraag of bij benoemingen bevoorrechting wordt gegeven aan geestverwanten, heeft zich, zoolang er een
Kabinet
is
geweest,
altoos
voor-
En daarom meen ik, dat, als men voortgaat, over deze quaestie kabaal te maken op de wijze, waarop men haar nu heeft opgezet, men
gedaan.
voor goed den toestand aan dergelijke inrichtingen vergiftigt. Toen de Rijksverzekeringsbank werd ingesteld onder het vorig Kabinet, is eene aanstelling moeten geschieden van bestuurders. Die zijn gekozen 43
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's