Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 425

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 425

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

2 minuten leestijd

:

ONDER DE WAPENEN HOUDEN VAN achten, of de Staten-Generaal in deze zich

te

al

MILICIENS.

423

of niet onthouden van

Het komt mij inderdaad gewenscht voor, dat de Kamer zich uitspreekt. Doet zij dat niet, dan zal de Regeering niet aarzelen, zelf datgene te doen wat zij volgens haar vaste en onwankelbare overtuiging meent te moeten doen, omdat zij niet wil medewerken tot iets, dat onwaarheid in de wet zou brengen. Eene uitspraak van de Kamer, als de aangegeven motie bedoelt, zal evenwel het pad naar zich

spreken.

te

uit

de goede oplossing effenen.

Mijnheer de Voorzitter

Ik zal het voor het oogenblik hierbij laten. nog deze opmerking veroorloofd. Het beroep van den heer Mees op de deferentie voor de Eerste Kamer is gisteren reeds door mij weerlegd, maar die geachte afgevaardigde is er op terugge-

Alleen

zij

!

mij

komen en

heeft

gezegd, dat hier toch van de Staten-Generaal wordt

maar er wordt van de Staten-Generaal gesproken van andere wetsbepalingen en dan heeft dat nooit eene andere beteekenis, dan dat de zaak eerst in de Tweede Kamer komt en pas Zeker,

gesproken. in

tal

daarna

de Eerste Kamer.

in

Er kan dus nooit sprake

zijn

van aan de

Kamer zeker recht in deze te onthouden, indien een wetsontwerp door de Tweede Kamer is aangenomen, of indien de Regeering meent,

Eerste niet

intrekking

tot

het vast,

recht dat

wisseling,

te

hiertoe

moeten overgaan. geheel

de

Eerste

die

zij

wil,

Art.

onbeperkt.

Kamer volkomen te

115

van de Grondwet

Afgescheiden daarvan in

staat

voeren over deze zaak,

is,

elke

staat

het

gedachtendaartoe

indien

laat

het

genomen door een lid dier Kamer. Ik meen alzoo, dat dit argument van den heer Mees niet alleen geen steek houdt, maar ook niet had moeten worden aangevoerd, omdat het niet in de gedachte van de Regeering is opgekomen, voor de Eerste Kamer initiatief

niet

wordt

gelijke

deferentie

te

hebben

als

zij

verschuldigd

is

jegens

de

Tweede Kamer. (De Voorzitter: Door de heeren De Savornin Lohman, Van Alphen, van Verduynen, Kolkman, Krap en Nolens is de volgende motie van orde ingediend Michiels

de Kamer,

goedkeurende de oproeping der ingelijfden bij de militie te land van de lichtingen van 1901 en 1900 krachtens het Koninklijk Besluit van 5 Februari 1903 {Staatsblad n». 68) en het onder de wapenen houden van die ingelijfden totdat zij weder met verlof huiswaarts zijn gezonden, van oordeel, dat de behandeling van het thans aan de orde gestelde

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 425

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's