Parlementaire redevoeringen - pagina 611
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
,
TUBERCULOSE-BESTRIJDING. anders over,
niets
dan dat
609
Kamer over deze
de
quaestie eenvoudig
stemme.
Omdat
dacht,
ik
dat
de oorspronkelijke
in
redactie
worden, dat subsidie zou gegeven worden voor met waar ook de geachte afgevaardigde wezen lijders,
—
—
kon gelezen
name
aange-
Rotterdam
uit
heb ik gemeend, eene ruimere beteekenis aan het artikel wees moeten geven, omdat er anders misschien principieele verschillen zouden kunnen ontstaan.
op
,
te
Ik wil er wel ter verduidelijking bijvoegen, dat er geen geld aan arm-
gegeven worden, maar aan gemeentebesturen zal het niet geweigerd kunnen worden. Waarom niet? Omdat ik het van het hoogste belang zou achten, dat wanneer bijv. in een dorp, waar de kennis van hetgeen men tegenwoordig doet ter bestrijding van de tuberculose nog niet is doorgedrongen en waar zich bijv. 2 of 3 familiën bevinden, die, om zoo te zeggen, ten doode zijn opgeschreven van gemeentewege in gezonden zin een exempel werd gesteld, zoodat bijv. een lid van zulk eene familie naar den eisch werd verpleegd. Wanneer die persoon dan later genezen terugkeerde, zou dit een grooten invloed uitoefenen op zijn omgeving en kunnen medewerken tot bestrijding van het kwaad. Ik had gehoopt, dat men in deze eenparig met mij mede had kunnen besturen
zal
—
—
gaan,
daan,
maar daar ik naar mijn innige overtuiging een voorstel heb kan ik niet terugtreden en mij met een voorstel vereenigen,
mij beletten zou, iets te doen
;
dat
artikel
dat
mij onmogelijk.
is
Handelingen, Het gewijzigde
ge-
blz.
856.
wordt zonder lioofdelijke stemming aangenomen.
Vergadering van
12
December
1903.
Mijnheer de Voorzitter! Ik dank den geachten afgevaardigde, den heer Van Kol, voor het woord van waardeering, door hem geuit over de richting, zelf
waarin op
betreft,
dit
Wat hoe meer men
oogenblik de Regeering zich beweegt.
ben ik het
geheel met
hem
eens, dat,
mij
het
systeem van dwang kan inperken en dat van vrije behandeling en verpleging kan doen toenemen, men des te meer den weg opgaat, waarop in deze zaak ons gemoed zal bevredigd worden. Intusschen stuiten wij, wat de gezinsverpleging betreh, o.
a.
op
art.
—
zooals de geachte afgevaardigde wel weet
7 van de Krankzinnigenwet en
is
—
er door het ingediende
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's