Parlementaire redevoeringen - pagina 492
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
490 eens spreek, hoop ik
hem
maar wanneer men
hier
uit
leggen, hoe deze zaak in elkander
te
als
Minister
staat,
moet men ook voor
zit,
zijn
op het Departement geschiedt. Daarmede ben ik intusschen van zijn opmerking niet af, want de geachte afgevaardigde heeft verder gezegd, dat uit het terugnemen van art. 119 C sub 2=", volgt, dat niet alleen de ambtenaren der secretarie, maar ook de secretaris, de ontvanger, de burgemeester, in één woord alle ambtenaren rekening
nemen
wat
alles
der gemeente benoembaar Dit
ging
volgens
niet
zijn.
Ja zeker, maar waarom mag dat niet? wetsontwerp, zoolang er
oorspronkelijk
het
eene beperking werd gemaakt, zoolang de benoembaarheid van gemeenteambtenaren niet werd vrij gelaten, maar gespecificeerd werd, welke
ambtenaren wel, welke niet, en zij niet benoembaar waren.
Maar mijn redeneering was verlangd
wordt,
grond
op
welke gemeenten
in
zij
wel, in
welke
Wanneer eenmaal door de Kamer
deze.
van de
eischen
van
de praktijk,
dat
de
benoembaar worden verklaard zonder acht, omdat daarvoor te hooge gewenscht ik niet v/at iets onderscheid, dan heeft het eischen aan den ambtenaar moeten worden gesteld ook geen zin, om, waar ik de ambtenaren der secretarie beschouw als ondergeschikt personeel, den secretaris en den ontvanger uit te sluiten. Wanneer men eenmaal een lageren ambtenaar niet uitsluit, kan a fortiori ook niet ten opzichte van deze anderen gezegd worden: gij kunt niet ook dit heeft de geachte benoemd worden. Door deze wegneming is metterdaad de zaak geheel en al afgevaardigde zeer juist opgemerkt En ik moet zeggen, dat overgelaten aan de prudentie van den raad. ambtenaren
van
—
de
secretarie
—
—
het,
na
,
—
berichten, die ik van praktische zijde heb ingewonnen,
alle
bij
waar eenmaal die keuze moet gedaan aan den gemeenteraad onder leiding overgelaten worden en zij wordt van burgemeester en wethouders, niet bang zal behoeven te zijn, dat verkeerde benoemingen zullen worden gedaan. Naar mij verzekerd werd door mannen uit de praktijk, is men er nu ook reeds op bedacht, Mocht bij het benoemen van zulke personen de geschikte te nemen. met dat men en uitkomt falikant hiermede men dat van achteren blijken, gewaagd, heeft veel het afgaan op de prudentie van den gemeenteraad te dan zal men in een later stadium kunnen zien, wat dan te doen is.
mij
vaststaat,
De uit
dat
men
daar,
geachte afgevaardigde heeft in
nu
juist
niet
hooge
dit
waardeering
— op eene wijze, waar— gedurig het woord
verband sprak
dat, als men aan zulk eene wet oppassen, geen verkeerdheden en moest men toch goed onzekerheden te scheppen. Daartegenover zij het mij toch geoorloofd,
„peuteren"
ging
raken,
gebruikt,
er
bij
voegende,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's