Parlementaire redevoeringen - pagina 576
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
574
—
—
om
nu eens een term te bezigen uit een mijner eigen geschriften hem meer aantrok dan het naar buiten treden met den naam van God, en hij vermoedde, dat dit ook bij Thorbecke het geval zal geweest zijn. Deze bedenking is reeds gisteren door mij ondervangen, toen ik hier zeide, heeren wel rekenden met de
die
dat
religie als
sentiment en
als ver-
hun persoonlijk leven, maar dat zij weigerden met Gods Ik voeg er thans dit aan toe: in hun Staatsrecht. rekenen Majesteit te God bestaat, en omdat Hij van alle ding de vrijmachtige Schepper is,
schijnsel
op al wat Hij schiep rechten; rechten op elk persoon, op op elk land. Deze rechten van God op ons land en volk nog steeds uitgesproken in de formule voor het regeeren van
Hij
heeft
elk
in
volk,
worden
ons vorstenhuis
„bij
de gratie Gods".
Die rechten van
God op
land
niet alleen in zulk eene formule worden geuit, maar zij moeten ook in het Staatsrecht zelf tot ontwikkeling komen. Anders wordt in uw Staatsrechtelijk systeem het hoogste recht, het recht van God, verzwegen en miskend. De geachte spreker is ongetwijfeld een man van teeder religieus sentiment, al wensch ik daarin in niets voor hem onder te doen. Maar juist met een beroep op dat teeder sentiment vraag ik hier dan toch, of ge niet gevoelt, hoe ge, wanneer ge zelf een persoonlijken God belijdt. Schepper van hemel en aarde, het recht van dien God miskent, zoo ge in uw Staatsrecht en in uw stelsel dit hooge recht van God
en volk moeten
ignoreert?
Ten
slotte
dit.
Mijnheer de Voorzitter.
De
geachte spreker heeft in
psalmwoorden, waarvan hij weet, hoe zij in het hart van elk belijder weerklank vinden, de schoonheid, de diepte en de innigheid van het verborgen leven voor God in de binnenkamer bepleit, edoch met uitsluiting van God van het politieke terrein, en hij voegde er bij de :
Calvinist
heb
van ander temperament
ik slechts te
historici
de
Calvinisten
Had dan ook dagen volk
zou
zijn
zijn
meer man van de
daad.
Daarop
zijn,
die ons land in
16e
eeuw gered hebben.
het mystieke standpunt van den geachten spreker in die
gepraevaleerd,
gebleven
is
antwoorden, dat het volgens Robert Fruin en onze beste
zoo
geworden,
staat dit
en dat
vast, dat
ons
nu
Nederland nooit een
vrije
vrij
vaderland altoos zou
een wingewest van Spanje.
Handelingen,
blz.
703—706.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's