Parlementaire redevoeringen - pagina 164
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
162
— 1902.
Mijnheer de Voorzitter! Ik kom nu tot de histoiia morbi, want ik zeggen, dat wij inderdaad bij dit wetsontwerp te doen hebben
mag wel
met een ziektegeval. De opmerking is gemaakt, dat dit ontwerp hinkt op meer dan ééne gedachte. Ik geloof, dat metterdaad erkend moet worden, dat dit niet alleen zoo is, maar dat dit ook zoo moet zijn, omdat toch de alinea van art. 75 der Ongevallenwet 1901, waaraan dit
moet
uitvoering
wetsontwerp
geven,
niet
is
voortgekomen
uit
de
leidende gedachte, die de samenstelling van het ontwerp-Ongevallenwet
met
en
De
beheerscht.
heeft
samensteller
eene
bedoeld
opzet
van
uitsluitend
dat
ontwerp
heeft
bewust
regeling en
publiekrechtelijke
waar eene uitsluitend publiekrechtelijke regeling beoogd werd, daar was ook begrijpelijk, dat hij van zijn standpunt er voor was, allen, die recht zouden spreken in de geschillen, uit de uitvoering der Ongevallenwet voortkomende, te doen zijn rechters, door de Kroon benoemd en het
als
zoodanig optredende.
Intusschen tegen
juist
de Eerste Kamer, maar ook
niet alleen in
is,
dit
de Tweede,
in
publiekrechtelijk karakter van de Ongevallenwet ernstig
gevoerd en men heeft op verschillende wijzen gepoogd, de
oppositie
dwingende macht, uit dit publiekrechtelijk karakter voortspruitende, te breken. Dit is op andere punten niet gelukt, maar bij de behandeling van art. 75 is men er in geslaagd, er eene bepaling in te de
eenheid,
brengen, wetten
die
in
de
hoofdzaak
in
het
gedachte uitdrukt, die
waar
buitenland,
in
gelijksoortige
privaatrechtelijke regeling het karakter
en de constructie van de wet beheerscht, is opgenomen. Het lag in den aard der zaak, dat, waar eenmaal het aan de con-
van deze wet vreemde beginsel daarin was opgenomen, dit bij De gedachte toch, om de uitwerking moeilijkheden moest opleveren. ook belanghebbenden mede invloed te laten oefenen bij de rechtspraak, structie
sproot niet voort, zooals de geachte afgevaardigde, de heer het
deed
recht tot
het
te
voorkomen, doen komen. tot
om
dit.
zijn
Wanneer
recht
te
Van
Idsinga,
het leekenelement tot zijn
Zoowel de formuleering van,
het artikel weerspreekt
leekenelement
wensch
den
uit
als
de toelichting
was geweest, komen, had eene bepaling
het de bedoeling
doen
niet-juristen in de raden zitting moesten van het juristenelement, maar waar eene redactie is opgenomen, waarbij nader gespecificeerd worden werklieden en werkgevers, blijkt daaruit, dat niet het leekenelement sensu generali,
moeten
zijn
hebben.
Dit
opgenomen, is
de
dat
antithese
maar twee bepaalde categorieën bedoeld het uit de toelichting, want daarbij
Tydeman
herinnerde
eraan
—
,
is
dat
zijn.
In de tweede plaats blijkt
— de
heer
bedoeling
was,
duidelijk uitgesproken,
het
bepaald
de
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's