Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 544
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
536
2.
Hfst. III. §
CONCLUSIE.
146.
intusschen tweeërlei ongerief met zich. Immers, vooreerst dwingt
de Christelijke
dit
telkens
religie,
prijs
geven elk
te
terrein,
waarop de „Kulturentwickelung" aanspraken doet gelden, zoodat haar ten
geen andere
slotte
den Dooper.
positie overblijft
moet
Christelijke religie,
Zij,
En
de Cultuur steeds meer de meerdere. punt nog wel vol de
in
te
al
minder worden, en
ten andere
is dit
stand-
de religieuze practijk, maar niet
in
Theologie, die, ook al gaat ze van mystieke
Christelijke
gegevens
houden
dan die van Johannes
toch ook een levens- en wereldbeschouwing moet
uit,
Zoo keert dus de oude strijd toch terug, en hierbij nu het onverkwikkelijk verschijnsel voor, dat aan de Christelijke levens- en wereldbeschouwing al meer de scherpe
construeeren.
doet
zich
punten worden afgeslepen telijke
;
vorm van inkleeding wordt
voor onwezenlijken
religie
aangezien
dat steeds meerder stof uit de Chris-
;
en
dat
nu reeds
voor Christelijk
slechts datgene
voorspellen
te
zal gelden,
Cultuur-historische ontwikkeling
is,
hoe ten
slotte
wat door de algemeene
voor waar en deugdelijk geijkt
wordt.
Een tweede, is
niet
minder ernstige moeilijkheid, waarop men
de bepaling van de verhouding, waarin
men
dat
in het
staat tot de
H.
centrum der Schrift.
De
invloed, dien de Schrift sinds
ze
nog
de Theologie
tot
aan. Niet wijl als
mystiek uitgangspunt,
Christelijke religie
poogt
te
nemen,
De
Schrift
op
eeuwen
uitoefende, en de autoriteit, die
zij
zetten durft niemand.
Wel
steeds bezit, dragen daartoe een te energiek karakter.
men de H.
tast
zijn
stuit,
Schrift in haar deelen
gewelddadig aan, maar ze
in
een lageren adel degradeeren, durft toch niemand
men de
publieke opinie vreest, maar naardien
men
theoloog zelf voelt, dat een Theologie, die ophield Schriftuurlijk
te zijn,
geen Theologie meer zou wezen. Hierbij doet zich nu echter
de moeilijkheid voor, dat de
autoriteit, die in
het yr/Q«nzui van den
Christus weerklonk, op de meeste theologen geen vat
Wel
meer
heeft.
bezat ze die voor Jezus, wel voor zijn apostelen, wel voor de
Reformatoren. Historisch kan
geen vat meer op henzelven. Schrift Goddelijke
men dit niet loochenen. Maar ze heeft De overtuiging, dat ons in de H.
waarheid geopenbaard
de openbaring der
Schrift,
hebben
te
is,
die wij,
gelooven en
op grond van te belijden, is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's