Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 436

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 436

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

428

Hfst. III.

2.

o verstaat,

toritat"

kon

Schrift

126.

ij

men den

krijgt

vastgesteld, zonder

RICHARD ROTHE. indruk, alsof de inhoud der

op die vaststelling invloed

oefenen door de speculatieve Theologie

te laten

terwijl het toch vooral

;

het verloop der theologische studiën in het laatst der vorige

uit

eeuw zoo helder

dag van de H.

Theologie.

om

onschuldige poging,

voorgrond

het

plaatsen,

te

ethische

Hieruit toch blijkt, hoe Rothe,

ineensmelt,

om

Ethik

theologische

zu

Lehrsatzen

ten

slotte

aan het ethische zeer

te reiken.

Immers

„die

es schlechterdings nicht mit kirchlichen

hat

thun,

zij

Hugenholtz, het religieuze en

sterk, toch evenals

eerst

in

als onderdeel van de historische

den schepter over het religieuze

beslist

invloed

daarentegen de Dogmatiek

en

laten optreden.

te

minder

al

niets sterker

de Ethiek als speculatieve Theologie op

Schleiermacheriaanschen geest,

Theologie

dat

blijkt,

Schrift dan juist de speculatieve Verband hiermede houdt dan ook Rothe's verre van

oefent op de critiek

den

de

als

muss

sondern

rein

speculativ

verfahren"

28).

(p.

In

zijn

met 2.

tweede Haupttheil volgt dan de historische Theologie onderdeelen:

drie

kirchenhistorische

indeeling,

1.

daardoor

die

biblische oder exegetische Theologie;

en

Theologie,

mank

3.

positive Theologie; eene

dat

gaat,

ze

den

van

titel

exegetische Theologie nog bijhoudt, en toch onder deze rubriek

de Bijbelsche archaeologie meerekent

Dogmengeschiedenis

tot

het

;

en voorts, doordat ze de

tweede onderdeel rekent en alzoo

wat nog kon, zoo de Dogmatiek bij de speculatieve Theologie, op gelijken voet met de Ethiek, ware geplaatst, maar wat geen zin heeft, waar de Dogmatiek van de Dogmatiek

zelve

slechts

practische

historisch

Theologie

onderdeelen,

eene

scheidt. Iets,

wordt opgevat.

aangaat,

zoo

deelt

indeeling,

slotte,' als

wordt opgenomen oorlog

op

in

de

twee

Kirchenregiment und die Gemeindeleitung", die principieel niet kan, omdat het denkbeeld

van kerkregeering reeds

ten

eindelijk

Rothe deze

„das

dat

van

tucht,

hoofdmomenten der Gemeindeleitung, het

En wat

;

en dus van een der

in zich sluit.

Vreemd

is

onder het Kirchenregiment ook de Polemiek iets, wat denken doet aan een ministerie van

kerkelijk

terrein,

en

alleen zin zou hebben, zoo

de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 436

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's