Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 236
Eerste deel. Inleidend deel.
2
Atd.
28
Ecclesiae Pastores tantum docti in pii"
Ook moet men hen
13).
(p.
omgaan,
WERENFELS.
Hfst. III. § 80.
2.
vergaderingen
illis
redduntur, non redduntur
leeren bidden,
met menschen
catechiseeren, en wat dies
leiden,
meer
Staat het vast, dat een Pastor zijn gemeente beter stichten
zij.
zoo
zal,
hij
vroom, dan zoo
voor de Theol.
faculteit
geleerd
hieruit,
z.i.,
est,
hij
quacunque data occasione, ardens
ut,
Auditoribus,
Immers,
15).
(p.
quam
magna
ut eos
zoo zegt
is,
pietatis
Studium inspiremus
eruditionis suppellectili instruamus"
men wordt
hij,
om
Theologie niet gekozen,
dan volgt
de regel: „magis laborandum nobis
als Professor in
geleerde theologen te vormen,
de
maar
gemeenten zullen moeten Reeds hieruit blijkt duidelijk, hoe Werenfels, waar hij door zijn vromen zin liet meeslepen, èn de roeping der Theo-
herders, die in allerlei kleine dorpen de
voorgaan. zich
logie als wetenschap, èn de roeping der Universiteit, als zoodanig,
geheel uit het oog verloor,
om
om
zijn
Theologische
faculteit ten slotte
een pastorale kweekschool, en dat wel
te zetten in
kweekschool, waar het meer op vorming van het verheldering van het bewustzijn werd aangelegd.
Toch zou men
zich vergissen, zoo
men daarom
in
Ministro
„ Utrum habitus
:
an
Ecclesiae,
plu ra requiraf
qui
(ibidem, Vol.
anderen geest aldus:
„Non
nihil in
Theologia tam
utile
debet in Doctore Academico,
258
p.
quam
sit difficile,
.
.
.
atque Doctori Academico"
een ander
in
Theologiae, qui debet esse
spreekt
sq.)
igitur video,
eruditio a Doctore Scholastico
sit
esse
II.
een
dan op
aan Werenfels
een dieper theologisch besef wilde ontzeggen. Althans opstel, over de vraag
in zulk
hart,
hij in
quare major requiratur
cum ....
a Ministro Ecclesiae,
quod Ministro 260).
(p.
geheel
scire
non aeque
Nu worden
ze dus
En wel professoren, die bovendien wat aan het ambt van den Dienaar des eigen is. Zelfs krijgt men den indruk,
op eens weer allen professors.
nog moeten
uitblinken, in
Woords
in
engeren
dat
dringen op practische vroomheid allengs velen tot ver-
zijn
zin
waarloozing van hun studiën geleid had, en dat
noodig keurde, op de „diligentia leggen, waaraan
gimus, nostra
curam
als
hij
culpa
animarum,
est,
in
suo
het
deswege
hoc studio" meer nadruk
reden toevoegt si
hij
:
„si
quid
tempore minus
(in studiis)
apti
te
negli-
sumus ad
ad salutem auditorum nostrorum, ad gloriam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's