Parlementaire redevoeringen - pagina 644
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING
642
zeg. Ik zie echter niet in, dat de zicht
dat
verkiezen zou
te
niet alleen
1
903—
904.
door hem aangegeven weg
Stotteren
zijn.
1
is
in dat op-
een allerongelukkigst gebrek,
physisch het gezicht bederft door
allerlei
vertrekkingen,
maar ook psychisch kwaad doet aan het karakter, omdat het bang maakt, door den persoon, wanneer hij voor anderen moet lezen of Maar zoover ik kennis draag van spreken, met vrees te vervullen. methode eenvoudige gevonden om dat gebrek eene is er het stotteren, te verhelpen, en kan ieder onderwijzer zich heel gemakkelijk die methode En waar langzamerhand meer en meer van de liefde eigen maken. van
voor
onderwijzer
den
kind
het
daar
blijkt,
is
er alleszins hope,
langs dien weg, desnoods met eene geldelijke aanmoediging, goede
dat
kunnen bereikt worden. Geheel anders staat het met de slecht sprekenden. Wat bedoelt men met spreeklessen ? Bedoelt men daarmede den tongval uit te sluiten? Ik vraag dit, omdat men zich beroepen heeh op het rapport, uitgebracht Nu bestaat, in de Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. resultaten
gelijk
men
tot in
de steden
wat
weet, in Vlaanderen en Brabant het ongerief, dat allerwege,
een sterk uiteenloopende tongval gesproken wordt,
toe,
tengevolge heeft,
omdat
dat
de beschaafde klasse Fransch
blijft
spreken,
voor eene beschaafde spraak van de Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, op de scholen een onderwijs in het spreken te doen geven, waardoor onze beschaafde Nederlandsche taal ook daar zij
die
dat
gevoelt,
niet leent.
En nu
is
ingang
mogen
vinden.
zal
tongval
zich
het het streven
Dit
is
gansch
iets
anders dan wat wij hier
op het oog hebben. "Wanneer de bedoeling was, het eigenaardige van den tongval van Friezen, Overijselaars, Gelderschen, Zeeuwen en Limburgers weg te nemen, dan zou ik tegen die unificatie van ons volksleven moeten opkomen. Ik vind iets
in
eigenaardigs,
iets
Zuid-Afrika heeft
dialect,
men
taal
tongvallen dikwijls
iets liefs,
Tijdens de groote worsteling
gedichtjes zien verschijnen in het Afrikaansche
waarvan ieder gevoelde,
Nederlandsche
in die
wat mij aantrekt. dat
een
gedicht in onze beschaafde
eene dergelijke bekoring niet kon hebben.
Er is verder, door de geachte afgevaardigden, de heeren Janssen en Ter Laan, gesproken over het gevaar, dat het binnenkomen in Nederland van uit Frankrijk verdreven congregaties zou kunnen opleveren. Mij dunkt, ik kan het debat daarover aan die beide heeren overlaten. Mijnerzijds zou ik eerst aanleiding hebben tot spreken, indien door den heer Ter Laan was aangegeven, wat ik zou kunnen of
mogen doen, vrijheid
om
genieten,
aan gelijk
die alle
vreemdelingen,
die
hier
komen en
gast-
vreemdelingen haar hier van oudsher ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's