Parlementaire redevoeringen - pagina 206
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
204
—
zelven
zou het aan
ik
en
professoren
alle
studenten
alle
willen
breken en tegen dien veren van ieder hoofd van het gezin als keerden invloed te strijden zoodanig, toe te zien, dat in zijn huis de nachtrust behoorlijk kan genoten worden. Zoo houd ik het ook voor den plicht van de overheid, aangezien de individueele moreele strijd of de strijd in het gezin de zich
toeroepen,
zaak
de nachtrust niet
—
niet beslechten kan,
die tegen verbreking
worden, dat metterdaad op van
die
laten
en mesure du possible
van de nachtrust
van haar ontvangen.
steun
te
En wanneer alle
te
zorgen, dat degenen,
strijden willen,
het
den meest sterken
oogenblik
kon bereikt
terrein de nachtrust, in de eerste plaats
vrouw, volledig en afdoend beschermd werd, zou
de
ik dit
achten een triumf van een zedelijk beginsel.
De algemeene wordt,
maatregel van bestuur,
uitgevaardigd
zal
worden,
zal
die,
wanneer
dit
ontwerp wet
dan ook geen andere strekking
hebben dan welke ik zoo straks aangaf, n. 1. om, bij tijdelijke verzwakking van de eischen, de uitvoering dier mindere eischen dan ook te
verzekeren, en allengs door een strenger
punt zij
op
niet
te
maken van
die eischen het
zoeken, waar eindelijk de overheid eene grens vindt, waar
overheen gaan kan.
Of
die grens al niet
dan
bestaat, durf ik
Naar mijn overtuiging kan de man even goed speten als de vrouw, en zoo er eene fout is in de Memorie van Antwoord, dan is het daar, waar gesproken wordt van de fijne hand der vischvrouwen. Wie wel eens op de vischmarkt gezien heeft hoe de kaak van de eene vrouw met de hand der andere in aanraking kan komen, heeh van de fijnheid dier hand niet al te diepen indruk gekregen. Maar de zaak is ook eene andere; het is niet de fijnheid, maar het is de soepelheid van de hand, waar het op aankomt. Iemand, die piano speelt, heeft zijn vingers geoefend om ze soepel te kunnen bewegen. Iemand, die dat niet gedaan heeft, heeft die lichte bewegelijkheid niet. En nu mag men over die vrouwen en haar handen nog zoo hard oordeelen, een feit is het, dat zij mazen, stoppen, breien, zoomen, rijgen en allerlei andere dingen met naald en draad doen, waartoe onze nu toch niet zóó grove en vereelte mannenband niet in staat is. En waarom niet? Eenvoudig omdat onze vingers aan die soepelheid van beweging niet gewend zijn. De vraag is, of men een man daaraan kan wennen? Ja, zeer zeker. Men ziet het daaraan, dat niet te zeggen.
men regel,
de pianisten volstrekt niet alleen onder de vrouwen vindt. In den zou ik zelfs zeggen, is er niets, dat eene vrouw doet, of een man
kan het
Degene, die een gewoon huishouden er op nahoudt, maar wie zich een chef kan aanschaffen, eene betere tafel krijgt, en voor zoo iemand betaalt men
beter.
doet het met eene keukenmeid, weet,
dat
hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's