Parlementaire redevoeringen - pagina 317
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
315
ONDERWIJSZAKEN. zou
pertinent
wanneer
weigeren,
hij
zag,
dat er geen andere uitweg
was te vinden. Ook zal het gemeentebestuur, wanneer een andere weg mogelijk is, den onderwijzer niet dwingen en het hem niet moeilijk maken, om door privaat-lessen als anderszins nog eenige bijverdiensten te vinden.
De heer Roessingh heeft gevraagd, of het niet voldoen aan art. 45 der Schoolwet voor sommige gemeenten niet op groote moeilijkheden zal stuiten. Ik wil daarop gaarne antwoorden, dat men voor het eerst de gevolgen van de bepaling van art. 45 heeft ondervonden en dat het overweging alsnog
te
zal
eene regularisatiewet voor te dragen, om hetgeen de gemeenten door toepassing van dat
verdienen,
voorzien
in
zouden verliezen. Maar men wilde de bepaling eerst toepassen, anders een wassen neus zou worden. De heer Ter Laan heeft nogmaals de klacht herhaald, dat de leden van het schooltoezicht te veel in examen-commissies zitten en dat er
artikel
omdat
zij
zoodoende volkomen leerplicht
voor de inspectie verloren gaat. Ik stem dit toe. Wanneer men nagaat, wat de schoolopzieners door den te doen hebben gekregen, en bovendien hoe lang zij zitten te
veel
tijd
in
eene examen-commissie, dan
in
veel districten niet veel terecht
ziet
men
van de inspectie is het geen
duidelijk, dat er
kan komen.
Intusschen
oplossing, hen uit de examen-commissiën te lichten.
dat daarvoor onderwijzers genoeg zijn te vinden,
Men
maar
zal
wel zeggen,
ik acht het toch
wenschelijk, er ook nog andere elementen in te hebben.
Over de Ik begrijp
salaris-minima heeft de geachte afgevaardigde niet,
wat
hij
daarmee
wil.
De
ook gesproken.
hoofden, en ook de onder-
die meenen, dat de regeling betreffende de minima niet goed wordt toegepast door de gemeentebesturen, hebben het recht, zich daarover te beklagen. Wanneer ze het dit jaar niet gedaan hebben, zullen bij eene volgende gelegende Bond zal wel daarvoor zorgen zij heid wel komen en de heeren weten nu, in welken geest beslist is en
wijzers,
—
—
zal
worden.
De
heer
Troelstra
heeft
mij
gevraagd,
of het in de bedoeling der
Regeering ligt om, wanneer ze komt met een voorstel tot nadere regeling van hetgeen aan de bijzondere scholen zal worden uitgekeerd, alsdan
aan
hoogingen
het
aan
uitbetalen
de
van
bijzondere
de
school
minima en eenige
de
wettelijke
bepalingen
te
ver-
verbinden
van zoodanige strekking, dat het geld ook de onderwijzers bereikt. Daarop zij geantwoord, dat in de Memorie van Antwoord op hoofdstuk I het gevoelen der Regeering omtrent dit punt is uiteengezet, zoodat ik dus daarop niet verder behoef in te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's