Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 175
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
FRANCISCUS JUNIUS.
Hfst. III. § 68.
2.
167
deelen en op volmaakte wijze te rangschikken, al wat door het
mag
de rede en de scientia wordt voortgebracht, en
intellect,
dus zelve geen anderen naam dan van sapientia dragen
om
(p.
is
vinden
de res divinae, zoodat ook de locus de homine
in
daarbij zijn greep,
Van God
van het schepsel Gods. gehandeld, en van
Deum
al
(p.
in zijn
Terwijl
49).
alleen
wordt
in
de Theologie
het andere slechts in zooverre als het „ad
eene bepaling, waardoor
ordinatur";
ontweken
te
andere beteekenis erlangt, dan die van kennis
geen
Theologie
48, 49).
de eenheid der Theologie
Gelukkig
ze
dualisme wordt
alle
minder gelukkig ook de pars
niet
hij
forma lis der Dogmatiek, evenals haar pars
onder dezelfde
ethica,
eenheid subsumeert, door onder de res divinae te verstaan niet alleen het obiectum divinum,
sapientia
menschelijke factor treedt in deze Theologie
waar God
op,
eerst
(p.
De
divinus.
finis
tot
eigen
zijn
uit
„cum
ectypisch mededeelt
Komende
55).
maar ook den modus divinus en den bewustzijn deze
goddelijk
creaturis pro
de Theologie
in
engeren
modo ipsarum"
men
zin, gelijk
op het erf der Kerk die beoefent, hebben we dus uitsluitend
doen met die openbaring ons
menschelijk
zijner
de
theologia
en supernaturalis uiteen
naturalis
visio.
kan heeten,
interna
is
te
voor
geslacht in zijn tegenwoordigen bestaansvorm.
Na den dood komt eerste
geschikt
die
wijsheid,
geschapene natuur
ligt,
ons toevloeit. Beide
zijn
Deze onze theologia nu
valt in een
(p. 63), waarvan de omdat haar uitgangspunt in onze
de andere externa, omdat ze
uit
God
dus niet alleen voor den zondaar nood-
maar waren het eveneens voor Adam in den staat der rechtheid. „Haec conditio fuit Theologiae naturalis in Adamo, zakelijk,
natura
integra,
imperfectis fici"
(p.
coli
67).
quam ex
principiis
communibus, obscuris,
et augeri ratiocinatione oportebat, et gratia per-
Toch
altoos
natuur buiten de zonde
met
er
dat de menschelijke
dit verschil,
op
aangelegd en
archetypa sapientia Dei ectypisch in zich op
de gevallene natuur, in zich
serunt,
zelfs al
fuit,
communia,
illa
quidem
obscura,
in
„
staat
nemen
te
overkomt haar deze
kan opnemen, maar ze vervalscht.
haec corrupta
et
;
is,
de
maar dat
sapientia, ze niet
Postquam vero natura
ipsa principia in singulis perman-
atque
imperfecta
;
sed in sese cor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's