Parlementaire redevoeringen - pagina 327
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
RISICO-OVERDRACHT.
325
Mijnheer de Voorzitter! Er is mij door den geachten afgevaardigde, den heer Nolens, de vraag gedaan, hoe dezerzijds gedacht werd over de toelating ook van buitenlandsche lichamen onder welken Franschen, Duitschen of Engelschen titel ook tot het overnemen van de risico's der werkgevers. In antwoord daarop wil ik wel zeggen, dat, toen
—
—
die
vraag
mij
voorkwam,
voor
eerst
het
er
dat
het
bij
Departement overwogen werd, het
reden bestond,
ernstige
te
betwijfelen, of dus-
danige ondernemingen met
het oog op de wet, zooals zij daar ligt, en 52 en volgende, konden worden geadmitteerd. Gelijk de heeren weten, is de regeling van de artt. 52 en volgende hier in de Kamer voor het eerst geïntroduceerd bij een amendement van den geachten afgevaardigde uit Goes, den heer De Savornin Lohman, van den geachten afgevaardigde uit Amsterdam, den heer De Visser, en van mij. Bij de toelichting van dit amendement werd, blijkens de Handelingen, 1899 1900, bladz. 346, 2de kolom, door den eersten
bepaaldelijk op de
artt.
—
onderteekenaar van het amendement aldus gesproken: „Eindelijk wijs ik
maatschappijen.
ook op
dit
weet, dat
belang: het behoud van de particuliere
dit
belang in deze
aangeschreven, maar ik wensch
staat
Er
is.
Ik
te
Kamer
vragen, of
dit
niet
wel
zoo hoog
juist
gezien
maatschappijen in ons land, die de energie gehad hebben,
zijn
van de verzekeringen op zich te nemen en die er ook wat aan gewaagd hebben, want het is en blijft eene zeer gewaagde zaak. Die menschen hebben er zich in geoefend; wij doen deze
in
die
zeer
moeilijke
taak
ons land niet zooveel aan de industrie, en nu vernietigt de wetgever industrieën, door haar het arbeidsveld als het ware te ontnemen.
nu acht
Dit beter
vinden,
ik
niet
wenschelijk,
wanneer
bij
en
schappijen de vrijheid gelaten werd, die
De algemeene
ook
uit dit
oogpunt zou
ik
het
deze gelegenheid aan die particuliere maatzij
tot
dusver genieten".
van het aldus bij de toelichting van het amendement gesprokene, was dus niet vreemd aan de overweging, dat in ons kleine land dergelijke maatschappijen niet dan met moeite het hoofd boven water konden houden en dat het niet goed zou zijn, wanstrekking
neer de wetgever dien maatschappijen het leven bemoeilijkte. Natuurlijk echter werd hier ten aanzien van de thans behandelde vraag decisief niets
gesproken en de
toelichting
kon ook zóó worden opgevat,
dat
men
in
de
eerste plaats het oog had op de binnenlandsche maatschappijen, zonder dat men de buitenlandsche wilde uitsluiten. Maar in elk geval lag er zekere in, die zich allereerst richtte op de maatschappijen hier te lande. Het denkbeeld van de onderteekenaars is daarna door de Regeering overgenomen in een nieuw ontwerp van wet, nadat het oorspronkelijke
zorge
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's