Parlementaire redevoeringen - pagina 622
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
620
recepten
zal
beoordeelen
dat
de geachte spreker met
of
die
zijn
goed
Daarom
waren?
rede, die,
al
is
het,
dat
zij
uitvoerigheid het debat een oogenblik ophield, toch een goed
daan is
heeft.
het
soms
Want
het beste middel
uitspreken
tegen die misbruiken
ik,
door haar
werk te
ge-
ageeren,
publiek, of in deze zaal, van de ergenis, die wanneer dergelijke misbruiken voorkomen. Dit
het
in
wordt,
gevoeld
om
geloof
versterkt het moreel gevoel, het fijne gevoel van de consciëntie. Ik zie
waarborg te geven, die eenigszins afdoende is, en welke omschrijving ik zou kunnen aannemen. Maar gaarne zal ik afwachten, wat de heeren Brants en Van Idsinga mij zullen brengen. Zij, die zich meer in het bijzonder met dit onderwerp hebben bezig gehouden, moeten hier met feiten komen om hun beweringen te staven. echter geen kans, een
weet
niet,
Ten slotte heeft nog de geachte afgevaardigde uit Amersfoort, de heer Van Asch van Wijck, ons op aangename wijze gedurende een half uur met de homoeopathie beziggehouden. Ik zou aan dit onderwerp ook nog wel een half uur kunnen wijden, doch wegens den stand van Ik wensch te constateeren, het begrootingsdebat zal ik dit niet doen. dat het, naar mijn overtuiging, een ongeregelde toestand is, wanneer de Regeering, eenmaal op zich nemende de bevoegdheid om diploma's uit reiken voor de beoefening van de geneeskunst, toelaat, dat de te homoeopathische therapie wordt uitgeoefend, zonder dat men van zijn bekwaamheid heeft doen blijken. Ik geloof, dat het standpunt in deze moet wezen, dat men de toepassing van de homoeopathische geneesmethode moet erkennen, of dat men haar moet verbieden. De feiten zijn door den geachten afgevaardigde zoo volledig medegedeeld en in de gewisselde stukken zoo breedvoerig toegelicht, dat ik meen, het hierbij te kunnen laten. Handelingen, blz. 869 870.
—
Mijnheer
de Voorzitter!
heeft gezegd, dat
hij
aanvaardde. Het doet mij
om
bij
voorzichtigheid
geachte
altijd leed,
maakt. Zijn reserve was, dat bijdragen
De
afgevaardigde, de heer Röell,
onder reserve mijn conclusie omtrent de vivisectie
hij
indien een
zeide
het personeel, dat
:
uw
geroepen
man
als hij
eene reserve
conclusie zal er wellicht toe is tot
handelen, eene zekere
bevorderen
en het publiek op het gevaar attent maken; maar juist het herinneren aan dergelijke feiten, zonder dat zij kunnen worden tegengegaan, brengt onder het publiek eene zekere onrust. Ik stem dit toe, maar hij moet daaruit geen reserve maken te
te
tegen mijn conclusie. "Wanneer plotseling in eene stad een nieuw gevaar ontdekt wordt, waardoor herhaaldelijk brand komt, en men de oor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's