Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Parlementaire redevoeringen - pagina 340

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Parlementaire redevoeringen - pagina 340

Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.

3 minuten leestijd

ZITTING 1902—1903.

338

zoo'n gecompliceerd geval als

te

Amsterdam. De man,

die daar

geroepen

was om op te treden, was de burgemeester. En die burgemeester heeft dat dan ook gedaan en niet het minst is het aan zijn bemoeiingen te danken, dat de strijd, die op de kaden gevoerd werd over het vervoer van goederen, tot eene beslissing en oplossing is gekomen, waarmede men op het oogenblik, naar het schijnt, van beide zijden tevreden is. Wat de geachte spreker ten opzichte van deze staking vroeg, komt hierop neder, of wij niet hebben kunnen vermoeden of inzien, dat de staking van de bootwerkers het spoorwegpersoneel in de beweging zou

medetrekken. Ik antwoord hierop, dat daarover met mij geen woord is gesproken en dat ik het zelf evenmin vermoeden kon. Ik heb bij die

beweging in Amsterdam daaraan evenmin gedacht als er van eene beweging op spoorweggebied sprake is geweest bij gelijksoortige stakingen van bootwerkers te Rotterdam, Marseille, Havre, Hamburg of Londen. "Welke reden toch zou er voor mij bestaan hebben, om, waar in al die plaatsen achtereenvolgens een geheel gelijksoortige strijd gevoerd werd zonder te leiden tot staking van het spoorwegpersoneel, nu op eens te gissen of te vermoeden, dat dit te

Amsterdam

bij

exceptie wel het geval

zou zijn? In de tweede plaats heeft de geachte spreker gevraagd, of de uitlating

Handel en Nijverheid op 19 bij dat Departement althans kennis droeg van zekere gisting onder het spoorwegpersoneel en of niet de uitlating*, dat men hoogst waarschijnlijk binnen een paar dagen er meer van zou hooren, bewees, dan men er zoo heette het Mijnheer de Voorzitter! Die uitlating van mijn meer van wist. ambtgenoot van Waterstaat, Handel en Nijverheid heeft met een met zulk eene onderstelde wetenschap, niet dergelijk vermoeden, Die uitlating had eenvoudig deze behet allerminste uit te staan. van mijn ambtgenoot van

December 1902

niet

Waterstaat,

aantoonde, dat

men

hij wilde zeggen, dat men over een paar dagen, bij de te verwachten discussiën over de spoorwegen in de Kamer, discussiën die den 23sten dier maand, d. i. 4 dagen later, dan ook zijn gevolgd, in de Kamer, uit hetgeen men ten behoeve van het personeel te hooren kreeg^

doeling, dat

wel zou bemerken, dat er bij het spoorwegpersoneel volstrekt niet die groote bedeesdheid en beschroomdheid bestaat om met zijn klachten en Ik kan dit punt dus verder geheel grieven voor den dag te komen. laten rusten.

De

opvatting, van zekere zijde aan deze

woorden gegeven,

berust op niets anders dan op een eenvoudig misverstand. In

de

1901 niet

derde bij

plaats

heeft

de geachte spreker gevraagd, of

in April

de Regeering was ingekomen een schrijven van het bestuur

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's

Parlementaire redevoeringen - pagina 340

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's