Parlementaire redevoeringen - pagina 594
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
592
onderwijzeressen
onderwijzers en
de
op
openbare
de
en bijzondere
scholen, en onverwijld heb ik dit advies opgevolgd. Wij zullen
langen
niet al te
aangaande kunnen
worden,
ten
De
geachte
ons
na
tijd,
van
afgevaardigde
maatschappelijk
krankheden
en
verontrust
en
komen
te
waarbij dat
De
met
tegen
ziekteverschijnselen opte-
die
al
middelen
uit
's
de geachte afgevaardigde de het meest gevaarlijke en het
kwaad ook
stichtende
niet
ziekte
in
ons land
niet
genoemd
Ik
heeft.
noemen.
geachte afgevaardigde heeft ook de lepra ter sprake gebracht en
medegedeeld, klaringen
volgens
dat,
met
standen
zijn
waarnemingen, ook onder de hoogere voorkomen, die volgens zijn ver-
lepra behepte personen
zelfs
anderszins,
als
te
staan
heeft,
zal ze
dien-
de vraag beantwoord moe-
zal
Rijks kas, wij zouden voor eene finantieele quaestie van vrij grooten omdan nog komt, dat het mij wel eenigszins verbaasd
dit
vang; meeste
nu binnen
statistiek
Rijkswege hiertegen zal kunnen doen. het wel met mij eens zijn, dat, helaas, zóó op allerlei wijzen door ziekten en verstoord wordt, en dat, wanneer men op
leggen,
doen
dan
zekere
zal
leven
het Rijk den last wilde treden,
en
verkrijgen
men
wat
onderzoek,
behoorlijk
in
openbare vervoermiddelen,
in het
bij
tooneelvertooningen,
publiek verschijnen en daardoor metterdaad een
zeer ernstig gevaar voor verspreiding der ziekte opleveren. er echter
bijgevoegd, dat
misschien
aan
de
lucht
— — de
hij
kon
niet
Hij heeft
verklaren, waaraan het
voortgang van
dit
kwaad
in
lag,
ons land
zich beperkt binnen enge grenzen. Ik
de rapporten, die er
op eene
bij
het Ministerie
bevolking
van
5 '/o
zegt de geachte afgevaardigde, dat verplichting,
door
de
wet
van
moet natuurlijk in deze afgaan op werden ingebracht, en volgens die zijn millioen zielen 20 lepralijders. Wel
men op
1865
aan
dit
cijfer niet
aan kan,
v/ijl
de
de geneesheeren opgelegd,
van deze ziekte aangifte te doen, niet wordt nageleefd, maar het zou mij aangenaam zijn, indien de geachte afgevaardigde de concrete gevallen daarvan zou willen opgeven aan mijn Departement; dan zal er onderzoek worden gedaan en, indien geneesheeren daarin nalatig zijn gebleven, order op te stellen. met den geachten afgevaardigde geheel eens, dat lepralijders behooren te worden geïsoleerd en liefst in absoluten zin. Ik ben overtuigd, dat er geen ander middel is om dit kwaad tegen te gaan, maar de dwangmaatregel, om vrije personen op te sluiten en gedwongen zal ik trachten er
Ik
te
ben
het
zoo diep in het rechtsbesef van het volk in, dat er zoo op eens toe kan worden overgegaan. Het is een van de grootste vraagstukken, die hij de behandeling eener wet op de isoleeren," grijpt
waarlijk
maar
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's