Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 284
Eerste deel. Inleidend deel.
i
Afd.
76
Alsnu
Hfst. III. § 88.
2.
walch.
de specialia komende, bespreekt Walch eerst de
tot
Dogmatiek, die haar bewijs aan de Schrift moet ontleenen.
Want
„ob wohl nicht zu laugnen, dass in der dogmatischen Theologie
auch natürliche Wahrheiten, sonderlich in den Artickeln von Gott und seinen Wercken im Reich der Natur, mit berühret werden hebt doch dieses dasjenige nicht auf, was ich vorher gesagt
so
Rede
von der geoffenbarten Gottesgelahrheit, die lediglich auf die heilige Schrift gegründet. Die natürlichen Wahrheiten, die man mit vortraget, gehören eigentlich nicht habe. Die
zum Obiect
ist
hier
derselbigen
;
sondern
natürlichen Theologie entlehnet"
mee dus
eigenlijk
al,
wat
sie
(p. 76).
destijds
werden gleichsam aus der
Een tot
onderscheiding, waar-
de Theologia naturalis
gerekend werd, buiten de Theologie gesloten, en de Theologie schier enkel tot de soteriologie beperkt wordt. Uit de biblische, foederalistische
analytische,
catechetische,
methoden lacht hem
en
mathematische
de systematisch-analytische het meest toe,
einddoel
waarbij
het
gesteld,
ook het subject
der
Theologie op den voorgrond wordt
ter
sprake komt, en ten slotte de middelen
worden aangewezen, door wier gebruik het subject dit einddoel bereiken kan. Het minst is hij ingenomen met de foederalistische en Wolffiaansche methode. De „biblische" kan er z. i. mee door (p.
te
—
Dogmatiek onkerkelijk, dit poogt hij vergoeden, door op de Dogmatiek „die symbolische Gottes77
voorts zijn
Is
82).
gelahrheit" te laten
van
wat
terwijl
Luthersche
de
dan
volgen,
die hij opvat als een uiteenzetting,
Kerk volgens haar Symbolen
„die polemische
in
leert;
Gottesgelahrheit" het goed recht
dezer Symbolische formulen tegenover andersdenkenden verdedigd
wordt.
Aan
deze behandeling van wat object des geloofs
is,
sluit
zich dan de Moraal aan, die door Walch streng aan de Dogmatiek wordt verbonden, terwijl hij daarbij protesteert tegen de
„Naturalisten oder Rationalisten, die keine andere als die natürliche
Tugend,
lassen"
(p.
folglich
auch nur eine natürliche Erkantnis zu-
284).
Het verband tusschen Dogmatiek en Moraal steunt z. i. op vijf gronden: i. op het practische karakter van de kennis der waarheid;
2
.
op den aard van het geloof, dat
niet
onvruchtbaar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's