Parlementaire redevoeringen - pagina 236
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
234
—
Goes gedaan heeft het misbruik, van partij-programmata gemaakt, mag brandmerken, maar ook op de afgevaardigde
geachte
de die
uit
Ik voeg hier nog hebben ingenomen, zeer goed gevoel, dat ik ook zelf meer dan eens, door het stellen van eischen op een partij-program, voor zoover ik er aan heb medegeholpen,
van
keerzijde
gaarne
gedaan heb wat was.
voor
behoort
de medaille
dat
bij,
ik,
—
na eenigen
tijd
niet subjectief,
acht
te
geven.
deze plaats
maar
objectief
te
— onverantwoordelijk
Het meest gewenscht ware uit dat oogpunt eene bepaling, waarbij Tweede Kamer niemand verkiesbaar werd verklaard, of hij
de
moest oud-Minister zijn. Dan zou metterdaad veel wat scheef en onjuist is en menig uit onkunde voortkomend oordeel van de zijde der Kamer achterwege hier
blijven.
Waar
dat intusschen niet kan, geloof ik, dat
moeten oordeelen,
zal
gelijk
men
men
soortgelijke aangelegenheden
bij
steeds oordeelt. Is het constitutioneele stelsel
—
gevoerd
door misbruik
—
goed? tot
Het
allerlei
constitutioneele stelsel heeft
averechtsche, demoraliseerende
Gaat naar Weenen, naar Berlijn, naar Parijs, naar Brussel, en vraagt, of ook het parlementaire stelsel als zoodanig niet voert en niet feitelijk reeds gevoerd heeft tot toestanden.
Deugt het parlementaire
demoraliseerende het
die
wij,
toestanden, die
stelsel?
men
aldaar allerwege betreurt en die
parlementair-constitutioneele stelsel liefhebben, niet minder
Mag ik zelfs niet beweren, wanneer wij nemen wat den heer De Savornin Lohman en mijzelf boven alles gaat, de religie, dat deze
betreuren.
op
slag
slag
vleesch en
door
Tartufferie,
door valsch mystieke
vermenging van
geest en door insluipend-sensualisme, gevoerd heeft tot zeer
ergelijk zedenbederf, tot sociaal-demoraliseerende toestanden,
iemand daarom toch mag zeggen, hoe hard en veroordeelt, dat
daarom de zaak
zelf als
zonder dat
ook misbruiken zoodanig zou moeten worden beslist hij
achterwege gelaten. Ik
meen daarom
te
mogen zeggen,
dat wij
goed zullen doen met van
van de Regeering en van de Kamer de zoo uitstekende vermaning ons door den heer De Savornin Lohman gegeven, ter harte te nemen en scherper dan tot dusver toe te zien, èn op de formuleering, èn op den inhoud, èn op de strekking, èn op het gebruik van dergelijke de
zijde
programmata. Maar ik zou toch meenen, dat het volk, wat public
life
weer zinken en achteruitgaan zou, indien voor altoos dit oordeel over de partij-programmata zonder admissie van gratie werd aanvaard. De geachte afgevaardigde heeft als argumentum ad hominem mij de
betreft,
vraag voorgelegd: vindt er nu den last van, nu
gij
gij
verkeerd was? Gij hebt Mijn antwoord aan de Ministerstafel staat. zelf niet, dat het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's