Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 484
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
476
„Frömmigkeit"
en
Hfst. III.
2.
absoluut
HEIXRICI.
138.
§
„Die Theologie erforscht,
scheidt.
was das Christentum ist, und wie das Christentum seine Lebensbethatigt". Maar „die Frage: was ist dein einiger Trost im Leben und im Sterben ? beantwortet die Wissenschaft (d. de kriifte
i.
Theologie) nicht" slechts
krachtens andere;
(p.
(p.
(p.
evenmin
is in
vinden
te
hij
niet
het aggregaat, dat voorbereidt voor die
in
Leiütng der Kirche
die
9).
organische eenheid der theologische vakken zoekt
met Schleiermacher
men
inneemt dan de
positie
ze latend op evangelisch terrein, ze bindend in het
vrij
Roomsch-Katholicisme
De
andere
een
haar Confessie,
de Theologie
hij
Kerk tegenover de Theologie,
dat de ééne
zooverre,
in
noemt
Confessioneel
10).
maar toch acht
12);
dat deze eenheid
hij,
de theologische stof zelve.
Welk centrum
toch in deze stof kieze, altoos blijven enkele vakken over,
onder dak
niet
zijn
„Krystallisationspunkt
te
für
hem
brengen. Voor
nebeneinander
die
ligt
daarom de
liegenden
und
auseinander strebenden Bestandteile der theologischen Wissenschaft, nicht in
Kerk
als
den Stoffen in
,,ein
selbst",
maar
abgeschlossener
sich
in
de „Forderung" der
Organismus"
dat, wijl
Bedingungen wissenschaftlicher Uebereinstimmung" zijn moet, „diejenige Glieder,
„seine Eigenart mit den objektiven
Erkenntniss in die
Eigenart vertreten",
seine
Bildung''
schaftliche
hierbij toe, dat
gaat,
en
belijdenis
w.
bezitten
Bildung"' verstaat
in,
heeft
Kerk
als in
in
over;
geeft
hij
eigen gang
op
maar wijl van den moet laten, is dit stand-
leggen
te
vrij
als
beginsel
men
;
de „wissenschaftliche
met het levensbeginsel der
overeenstemming.
Treedt daarentegen de
Kerk
in conflict treedt,
dan levert deze
de Kerk willoos en machteloos aan de valsche „Kultur"
eenvoudig
predikanten laat
zijn
dat deze „Wissenschaftliche Bildung" met het levens-
beginsel der Christelijke theorie
En wel
de Theologische Faculteit aan de Kerk geen
practijk
punt dan alleen ernstig gemeend,
Christelijke
11).
(p.
anderen kant de Kerk haar leeraren
toestand
de predikanten, „wissen-
z.
de stroom van het kerkelijk leven
dat dus of
zullen
d.
als
door een
wijl
Heinrici „die Eigenart der Kirche" in de
Ecclesia docens buitenkerkelijke,
stelt,
en deze predikanten vormen
alsdan aan
haar levensbeginsel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's