Parlementaire redevoeringen - pagina 509
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
De Christelijke beginselen aanvaard
valt
is,
de
uit
blijven schuil.
507
dien verkeerdelijk onderstelden regel afgeleide
gevolgtrekking.
Of
eindelijk in de reeds ingediende
Christelijk
beginsel
geëerd
dan
wel
wetsontwerpen de eisch van het verzaakt wordt,
is niet te beoordeelen naar de voorstelling, die de leden, hier aan het woord, zich van
het
„specifiek-Christelijke"
naar
de
hetgeen
schijnen
Christelijke
gevormd
het mystieke element van het Christendom
de
te
hebben,
doch alleen
zelve hieronder verstaan.
partijen
is
hierbij
Niet
aan de orde, maar
die uit de Christelijke religie voor het burgerleven, voor het leven van den Staat, voortvloeit. Naar den regel, dat elke groep het best zelve bekwaam is, om de stuiting of doorwerking van het door haar beleden beginsel te beoordeelen, zal het niet onalleen
eisch,
bijzonderlijk
worden gevonden, dat de goedkeuring, die in het Voorloopig Verslag aan de Regeering blijkbaar van de zijde der Christelijke partijen ten deel viel, haar onevenredig meer geruststelling schonk dan de klacht natuurlijk
van hen, die het humanistisch beginsel voortrekken, haar kon verontrusten. Ad 2um. Daar de Troonrede van 1901, gelijk haar inhoud toont, een werkprogram
eene
volle
ingediend zelfs
voor dat ééne
niet
periode
vierjarige
bood,
maar voor
ten
minste
mist de klacht over het nog niet
van het overgroote gedeelte van het toen aangekondigde van rechtmatigheid. Dat daarentegen wèl inkwamen die in 1901 niet waren aangekondigd, kon alleen hem be-
zijn
den
schijn
ontwerpen,
vreemden, die eene Troonrede opvat deze
zittingjaar,
dusver
opvatting
bij
geen
als
eene afgesloten werklijst. Daar
enkel Kabinet gold, noch
gelden kan, ontbreekt voor de Regeering
alle
aanleiding
om
uit zichzelf
zich tegen
Of de Kamer, zoo de troete verdedigen. waren tusschenbeide gekomen, in Februari j.1. al zeer spoedig wegens gebrek aan werk naar huis zou hebben moeten gaan, zij in het midden gelaten; wél blijkt uit de Handelingen, dat in het tweede jaar van de vorige vierjarige periode de Kamer, na op 23 December te zijn uiteengegaan, pas den 28 Februari hare openbare zoo averechtsche opvatting belen van het voorjaar niet
beraadslaging hervatte, toen slechts zeven vergaderingen hield, en daarna, „niets
meer aan de orde
mag
zijnde", uiteenging tot nadere bijeenroeping.
ruim ter behandeling gereed zijn van ontwerpen na het Kerst-reces in het tweede jaar van eene nieuwe legislatieve periode, geen voor het eerst voorkomend verschijnsel zou zijn Hieruit
geweest.
De
afgeleid, dat het niet
twijfel,
in
het Voorloopig Verslag geopperd, of wel naar
Troonrede de vertraging van de indiening van een waarheid aantal toegezegde wetsontwerpen aan het oponthoud, door de bekende troebelen veroorzaakt, werd toegeschreven, zou grievend zijn, indien in
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's