Parlementaire redevoeringen - pagina 477
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE EEDSQUAESTIE.
475
zuiveringseed nooit opzettelijk bijgevoegd gezindheid", en
dienstige krijgen,
-
zonder
bijvoeging
te
wij
zien, of het niet
heb daarom de
is: „op de wijze van zijn godsdus metterdaad een unicum zouden mogelijk is, dat ik den status quo handhaaf,
hier
van die woorden. deze wijziging
eer,
Ik
meen
brengen
te
dit te
in het
kunnen doen en
voorgestelde
art. 7,
worde gelezen: „Hij wordt hiertoe niet toegelaten dan na mede in handen van Onzen Commissaris in de provincie den volgenden eed van zuivering te hebben afgelegd: „Ik zweer (verklaar), dat ik om tot burgemeester benoemd fe worden enz.", verder dezelfde bewoordingen als van art. 39. Daardoor verkrijg ik dit, dat de woorden: „mede op dat het
de wijze zijner godsdienstige gezindheid" kunnen worden gemist, en dat er een tweede lid komt, hetwelk zuiver valt onder het eerste lid, en dus ook onder de bepaling van het eerste lid, dat het op de wijze van godsdienstige gezindheid gaat. Hiermede zijn dus gemeden de woorden, die aanstoot geven, en blijft te gelijk gehandhaafd datgene, wat ik wensch te handhaven: het status quo. En dat niet alleen, maar ik blijf ook geheel conform aan de wijze, waarop in art. 39 de zaak geregeld is. zijn
Handelingen,
De
heer Smidt geeft nu
dat metterdaad
toe,
oorspronkelijk voorstel eene behoorlijke reden
voegt
hij
er aan toe
het
:
was uw
is
door een der leden, toen ik
is
uw argument
niet,
daarom wel
Ik zou
blz.
128—129.
voor de wijziging is
opgegeven.
in het
Evenwel
van te voren te zeggen. Gisteren argument aanvoerde, gezegd „dat
plicht, dit
art.
94
als
daar staat niets van
:
in
de Memorie van Antwoord".
willen vragen, of het geoorloofd
is,
te
zeggen, dat het
antwoord alles te zeggen wat zij te zeggen heeft. Ik geloof, dat, waar eene mondelinge na eene schriftelijke behandeling bestaat, bij de mondelinge behandeling mag aangevuld worden datgene, wat niet voorkomt in de schriftelijke be-
een
plicht
der Regeering
is,
in dit schriftelijk
handeling.
(De heer Smidt
:
Maar wel waar
het betreft het hoofdmotief,
waarom
u een ontwerp wijzigt).
Alzoo had
ik het
hoofdmotief in casu behooren aan
te
geven.
Men
houde mij echter ten goede, dat ik niet de mogelijkheid heb ondersteld, waar verwezen werd naar art. 39, dit eenige duisternis zou opdat, leveren.
De
geachte spreker zeide, dat
hij
geen wantrouwen heeft willen
uit-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's