Parlementaire redevoeringen - pagina 486
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
484 te laten bij
het
het
Evenwel, waar aan de gemeente de zorg voor de registers, Wetboek is opgedragen, behoort de aanstelling en op het persoonlijk gedrag van de ambtenaren bij het
uitgaan.
Burgerlijk
toezicht
gemeentebestuur.
Het derde beginsel, dat op den voorgrond moet worden gesteld, is, ambtenaren van den burgerlijken stand niet mogen zijn afhankelijke ambtenaren, die in hun qualiteit aan orders van boven zouden moeten gehoorzamen, maar dat zij als ambtenaren van den burgerlijken stand zelfstandig moeten optreden en eene geheel eigen verantwoordelijkheid behooren te bezitten. Welnu, van die beginselen uitgaande, heb ik eene wijziging in art. 149 voorgesteld, die met de registers zich in het minst niet inlaat, maar uitsluitend regelt de wijze, waarop de ambtenaren van den burgerlijken stand aangesteld worden en werken kunnen, terwijl al het andere buiten het artikel is gelaten. Van deze aldus voorgedragen regeling meen ik te mogen zeggen, dat zij in de historische lijn blijft, omdat ook in 1879, toen die artikelen van het Burgerlijk Wetboek aan herziening onderworpen zijn, daaraan niet is getornd. De Gemeentewet zelf heeft in 1851 dus na 1848 dat beginsel overgenomen en gehomologeerd. Wel heeft men zich willen beroepen op de Staatscommissie, die in 1880 benoemd is, en die zeer zeker einheitlich het denkbeeld van uitvoering van Rijkswege heeft voorgesteld. Maar ik betwijfel zeer, of, wanneer dat voorstel hier in de Kamer aan de orde was gekomen, het bij eene enkele partij van de Kamer metterdaad algemeenen steun zou hebben gevonden. Bij elke partij zou misschien een enkele voor dat denkbeeld hebben gepleit, dat ontken ik niet maar dat eene partij in de Kamer als zoodanig er op zou zijn ingegaan, acht ik ondenkbaar. Men heeft zich toen voor dat denkbeeld met name beroepen, gelijk men trouwens ook dezen morgen nog deed, op hetgeen in Duitschlartd geschied is. Wanneer men de Duitsche wet inziet, blijkt, dat men ook in Duitschland hoewel daar werkelijk bedoeld is, de zaak van hooger hand te regelen en ook te instrudat de
—
—
—
—
,
—
eeren
—
heeft gezien de onmogelijkheid
om
de gemeentelijke administratie
waar staat „Die Gemeindebehörde kann die Anstellung besonderer Standesbeamten beschlieszen. Die Ernennung der Standesbeamten erfolgt in diesem Falie durch den
er buiten te laten. Dit blijkt het eerst uit
art. 4,
:
Gemeindevorstand unter Genehmigung der höheren Verwaltungsbehörde. dergleichen Weise erfolgt die Bestellung der Stellvertreter. Die durch den Gemeindevorstand ernannten besonderen Standesbeamten und deren Stellvertreter sind Gemeindebeamte". In art. 7 wordt bepaald: „Die etwa erforderliche Entschadigung der nach § 4 von In
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's