Parlementaire redevoeringen - pagina 489
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
BURGERLIJKE STAND.
487
en het afgeven
van stukken, waaraan rechtsgevolgen verbonden zijn, in den dienst mag voorkomen en dat er ook geen oogenblik onzekerheid mag blijven bestaan. Ik ben dus wel bereid, aan dezen wenk gevolg te geven en bij een nieuw artikel, niet bij dit, eene overgangsbepaling op te nemen. Ik acht het beter, dit te doen bij een nieuw artikel, omdat, wanneer de nieuwe toestand ingetreden is, de overgangsbepaling geen zin meer heeft. Ik hoop, wanneer
geen
oogenblik stagnatie
daaraan toe
wij
zullen
het
zijn,
voorstel
aan
daartoe
u.
Mijnheer de
Voorzitter, te doen toekomen.
De
geachte afgevaardigde, de heer Passtoors, heeft de bewering vooropgesteld, dat door deze nieuwe regeling de arbeid ten behoeve van
den burgerlijken stand aanmerkelijk zou worden uitgebreid, en hij vroeg, of het niet billijk was, dat, waar die arbeid uitgebreid werd, ook het loon heeft
van hen, die dien arbeid verrichten, zou worden verbeterd. de vrees uitgesproken, dat de voortdurende verzekering de kosten
schriftelijke gedachtenwisseling, dat
aanleiding zou
vermeerderen,
—
besturen ten platten lande,
niet
Hij in
de
aanmerkelijk zouden
kunnen geven, althans aan de gemeentedie nog altoos de oud-Hollandsche methode
—
op de salarissen van dat personeel welke meerdere arbeid uit Er wordt, wat het houden van de deze regeling zou voortvloeien. registers betreft, niets hoegenaamd veranderd. Het eenige, waarvan men zeggen kan, dat het veranderd wordt, is, dat, terwijl sommige ambtenaren
van zuinig beheer plegen
Het
beknibbelen.
te
is
te
volgen
mij
niet
van den burgerlijken stand
En voor zoover zal
deel
zijn,
waard
tot
tegenwoordig waren,
zelf niet
is
en
ik
,
duidelijk,
dusver dit
zij
bij
het verlijden van de akten
voortaan wel zullen moeten
geheel en
het loon
al
zijn
gevoelen, dat de arbeider
moet naar gelang van den
zijn
presteert.
De
geachte
afgevaardigde
voeriger de heer
zijn.
er in dit opzicht uitbreiding van den arbeid mogelijk
De Waal
is
in
zijn
loon
arbeid, dien
hij
—
en na hem uitgekomen op de quaestie van den op Zondag. Door beide sprekers is
Malefijt
de tweede plaats
—
dienst van den burgerlijken stand de wensch uitgesproken, dat die dienst van den burgerlijken stand op Zondag zoo spoedig mogelijk tot het verledene zou behooren. Intus-
schen daarbij
heeft in
de geachte afgevaardigde, de heer uitvoerige
toelichtingen
is
getreden,
De Waal al
Malefijt, die
dadelijk erkend, en
nog nader aangetoond, dat het met onze wetgeving, zooals zij op dit oogenblik is, niet mogelijk is, alle diensten van den burgerlijken stand op Zondag eenvoudig af te schaffen. Ik zou daar nog wel iets bij willen Het is op onderscheidene dorpen in ons land, waar alleen of voegen. zelfs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's