Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 250

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 250

Eerste deel. Inleidend deel.

2 minuten leestijd

Afd.

242

deze

hij

zeker

formeel

vierledige,

„Ouadruplex

VAN DIEST

Hfst. III. § 82.

2.

C.

A.

gelukkige,

niet

indeeling:

Studium locorum communium, Studium

est:

Bibli-

cum, Studium practicum, ac denique Studium sacrae antiquitatis"

Toch

28).

(p.

men

mits

wete, dat

Christen,

niet te zijn,

onder de sacra antiquitas ook de Kerk-

hij

onder

de

als

kwaad

deze indeeling nog zoo

en

begrijpt,

historie

den

blijkt

practica zoowel de practijk van

de

den Bedienaar des Woords

van

practijk

saam vat. Blijkbaar heeft Van Diest dan ook van den organischen samenhang der theologische studie eenig begrip gehad. Althans hij

op

schrijft

cognatae

connexae,

et

sint,

quum

153: „Denique,

blz.

illae

sic

singulaeque seorsim tractandae sunt, ut Terwijl ten slotte

et misceantur".

evenals

op de

nadruk legt:

tamem

alicubi conjungantur

pietas

in

qua nulla

quicquid diligentiae, quicquid adhibeas prudentiae" gelijken

Piëtisme te

Summi Numinis vollen est in studiis, maxime sacris,

Sine benedictione Dei autem frustra est

exspectanda benedictio.

In

Diest

reverentia

et

„Pietas, sine

Van

opgemerkt, dat

zij

zonder ook maar een oogenblik

Voetius,

vervallen,

studii Theologici partes

a se invicem separandae,

Hoornbeek:

geest schreef

(p.

237).

„Is nobis Theologus,

vel Theologiae studiosus, qui rei cujusnotitiam, ctiam sensum Jiabet,

atque utrumque vita exprimit in exemplum sancta. zoo voegt

pietatis",

in

tempus

cum

foret,

suggestu foret" (p.

Van

er

hij

bij,

sacris

cum

„cura et

ministerii a studiosis rejicienda

;

Wat

studiis conjunctio,

quasi turn

jam jam admovendi sunt et inspiranda, et non potius

probitas 6).

hij

demum

usu

praeficiendi, vel in

den gang der studiën betreft

Diest overeenkomende, plaatst

Neque haec

ex

eum producenda in

hoofdzaak met

toch niet de Dogmatische,

maar de Bibliologische vakken op den voorgrond. „Studium theologicum incipit a studio S. Scripturae, atque hoc continuo fovet" Hij deelt de Theologie in Bibliologische, Dogmatische, 1). (p. 1

Juridische

en

voor

deze

alle

Burman studii, (p.

Historische studiën

eindelijk

disciplinae

een

(p.

zelfstandig,

12

14),

en handhaaft

academisch

karakter.

bespreekt achtereenvolgens den apparatus

het studium ipsum en quae ad usu;;/ et praxin ejus pertinent

654).

De

pietas staat

ook

bij

hem op den voorgrond,

als

voor

alle

deze studiën onmisbaar. „Ante omnia pium esse oportere Theolo-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's

Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 250

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908

Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's