Parlementaire redevoeringen - pagina 218
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1902—1903.
216
kanker der menschelijke samenleving ziet, veroordeelt den sociaal-democraat, die althans nog zekere maatschappelijke orde wil organisatie
den
conserveeren,
jammerlijk
als
conservatief.
De
sociaal-democraat ergert
zich aan de conservatieve neiging van den vrijzinnig-democraat, die het
nog durft verdedigen. Op die lijn voortgaande drukt de het brandmerk van conservatief op den liberaal, tegenover te ver gevorderde staatsbemoeiing de rechten van het
privaat
bezit
vrijzinnig-democraat die
individu wil conserveeren.
een
al
te
genoemde
ten slotte vinden alle
richtingen
minst omdat deze hierin overeenstemmen, dat
niet het
formatie, het
En
conservatieven bijsmaak aan de Christelijke partijen van
behoud van Christelijke
traditiën prijsstellen.
allerlei zij
op
Niet anders staat het
met de uitdrukking „democratisch". Op bladz. 3 van het Voorloopig Verslag bovenaan, vindt men den wensch uitgesproken, dat herziening van „het kiesrecht den invloed van het volk op de vertegenwoordiging versterken". Onder volk kan hier blijkens den samenhang niet
moge
Zoo
erlangt
in het land
aan de
worden dan de klasse der werklieden.
anders verstaan
„democratisch" de [beteekenis,
dat
de heerschappij
arbeidende klasse moet worden verzekerd, en natuurlijk valt het betoog
dan
licht,
wil.
De
leend
dat
dit
Kabinet
in dien zin
noch democratisch
is,
noch
zijn
Grieken, aan wier spraakgebruik deze en andere termen ont-
zijn,
noemden
den
bedoelden
aldus
democratische maar een ochlocratische. y
De
staat
van zaken
niet
een
Minister van Binnenlandsche
Zaken, tegen wiens beleid bovenbedoeide klacht met name gericht werd, heeft dan ook,
als publicist,
hijzij
hetzij
als
Kamerlid, nooit eene andere
beteekenis van het begrip democratisch aanvaard, dan zulk eene, waarbij het
woord demos
doelde
(volk) zijn eenig juisten
„het 'Nederlandsche
organisch geheel
wezen, dat
hij
genomen".
weigerde, zich
groepen, die zich hier
voor
volk
te
in al zijn
Bovendien
is
zin behield,
in
casu beals
één
er steeds door hem op ge-
laten inlijven
te
en
rangen en standen,
bij
de overige partijen of
lande als democratisch aandienden, enïdat
hij
onzen nooit anders dan eene christelijk-democratische richting aanbevelenswaardig keurde. Zoo sprak een
Christelijken
Staat
als
den
in de zitting der Tweede Kamer van 4 Mei 1899 blijkens bladz. 989 van de Handelingen van dat jaar in dezer voege: „Ik ben altijd democraat geweest en als een Christen-democraat hoop ik te sterven. Maar ik laat de bepaling van wat democraat is daarbij niet aan den heer Troelstra hij
schil.
Immers bestaat er tusschen hem en mij ten deze tweeërlei verTen eerste, dat demos d.i. volk, voor mij beteekent het geheele
volk
in al zijn rangen, klassen
over.
als hij
van demos spreekt,
altijd
en standen, en dat de heer Troelstra bedoelt het volk der arbeiders. En in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's