Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 73
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
om
Hfdst. III. § 40. AMBROSIUS.
2.
de officüs te schrijven ontleent aan Psalm 38, maar dan gaat
hij
(lib.
cap.
I.
7)
aldus voort: „Ofschoon nu
hebben,
geschreven
over de
officia
zoon
de Grieken,
en
Tullius
daarom
niet
in
strijd
officüs
te
handelen.
het
bij
toch
mijn
beurt
om
de
zoon
te
vormen, zoo
kinderen
te
onderrichten."
zijn
lijke
de vraag, of het wel goed in
65
is,
de heilige wetenschap over
Zacharias in Luc. I
ambt
:
sommige wijsgeeren
zoo als Panaetius, en
zijn
de Romeinen, zoo heb ik
bij
met ons ambt geacht, ook op
En
om
schrijf ik,
En
Tullius schreef
gelijk
u
daarop
als
mijn geeste-
stelt hij
in cap. 8
dit woord officia uit de scholen ook
te
brengen, en
23 evenzoo van de
hij
antwoordt, dat
van het
ojfica
priester-
spreekt, zoodat dit denkbeeld aan de philosophie en aan de
om
Schrift
gemeen
toonen,
voegt
quidem
officium ab efficiendo dictum putamus, quasi efficium; sed
is;
hij
er
en
dan
de eenheid tusschen beide aan
bij
:
„Nee
ratio ipsa abhorret,
propter decorem sermonis una immutata
littera officium
quando-
nuncupari
vel certe ut ea agas, quae nulli officiant, prosint omnibus" (cap.
Nu
late
men
vrij
te
8.).
het gemaniereerde in deze bewijsvoering voor
maar er blijkt dan toch uit, hoe ook Ambrosius nog den samenhang tusschen de bestaande en de nieuwe, theologische, wetenschap handhaaft, en hoe hij in de rede beider band zoekt. En in de tweede plaats zij er op gewezen, hoe Ambrosius in 3 van het He boek de sapientia hoog verheft. Gansch verwoncap. wat het
is,
1
derlijk
noemt
hij
de schoonheid der sapientia, en gaat dan dus voort
„Est enim haec speciosior sole et super sitionem luci comparata
invenitur prior.
omnem
stellarum dispo-
Lucem etenim hanc
nox, sapientiam autem non vincit malitia."
Zij
dus
al
suscipit
toegegeven,
Ambrosius meer pnidentia dan scienüa bedoelt, zoo blijkt toch ook uit het verband met den consiliarius, waarin hij dit thema behandelt, dat rijpe ontwikkeling van ons bewustzijn dat
sapientia bij
ons volgens Ambrosius onmisbaar rijpe
den persoonlijken wasdom oefent
hij
dan ook gedurig
in
;
en evenzoo, dat
Christus.
critiek
der heidensche wijsgeeren. Zoo b.
de
is
hij
zich die
ontwikkeling van ons bewustzijn nooit afgescheiden denkt van
definitie der iustitia. als
Hiermee overeenkomstig
met de v. in lib.
Schrift over de placita 1.
c. 28,
waar hij tegen
bestond ze in het nemini nocere, op-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's