Parlementaire redevoeringen - pagina 526
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
524
woord was.
Wil de heer Staalman zich in die richting het voor zijne verantwoording, maar dan moet er toch op gewezen worden, dat van anti-revolutionaire zijde de zaak nooit zóó verstaan is en dat de anti-revolutionairen nooit hebben beweerd, dat er op eens met het bestaande tabula rasa richting aan het
bewegen,
dit
zoo,
zij
ik
om
moest gemaakt v/orden Integendeel staande,
en den voorts
bouw dat
bestaanden
een geheel nieuw gebouw op
altijd
voort
te
in
heeft
en met klem
een land
als
en
toestand,
Men
zetten.
voorgestaan
te
trekken.
gewild aansluiting aan het historisch
corrigeeren wat in minder goeden
te
altijd
gesteld,
men
heeft
om
laat
het onze
dat
men
stijl
be-
was opgetrokken
van anti-revolutionaire zijde kracht op den voorgrond
en
gerekend moet worden met den te doen had met eene zeer
hier
gemengde bevolking; daaruit volgde, dat men niet uitsluitend voor zich zelf mocht zorgen, maar den Staat zoo had in te richten, dat men ook aan andere landgenooten een goed en gelukkig leven hier mogelijk maakte.
Er
is
intusschen
meer.
De
geachte afgevaardigde heeft gezegd, dat
program van urgentie van de anti-revolutioEvenwel zij toch gevraagd, of iemand, die zich anti-revolutionair noemt, zoo kan en mag spreken? Mag een antirevolutionair ooit beweren, dat, wanneer een Kabinet optreedt, het program van urgentie, van welke partij ook, moet dienen om aan dat Kabinet zijn taak voor te schrijven? Natuurlijk zal niemand ontkennen, dat een Kabinet (uit welke stembusactie ook voortgekomen), hetwelk geen rekening weet te houden met de stroomingen in het volk, waaruit het zelf is voortgekomen, niet op de hoogte van zijn taak zou zijn. Doch daarover loopt het hier niet. De heer Staalman heeh gezegd „dit is het anti-revolutionair program van urgentie en dat is uw taak en niets anders". Uitdrukkelijk voegde hij er bij: „wat bemoeit gij u met al het Kabinet eenvoudig het
naire
partij
had
te
nemen.
:
die
andere dingen:
dit
het zoo stond, zou het
is
uw
taak en niets anders".
Metterdaad,
als
Er waren nl. drie dingen: onderwijs, pensioneering en tarief. Daarmede moest de Regeering zich bezighouden. Met mijn ambtgenoot voor Finantiën zou ik dus de geheele taak hebben moeten afwerken en de overige heeren Ministers zouden niets te doen gehad hebben. Nu gevoelt men toch, dat eene zoodanige opvatting van het Regeeringsbeleid zóó in elk opzicht in strijd is met eene gezonde en eene goed anti-revolutionaire opvatting, dat ik inderdaad moet zeggen, niet te kunnen verklaren, hoe de geachte spreker
Er
is
tot
die uiting
al
heel eenvoudig gaan.
gekomen
is.
nog eene andere zonderlinge
uiting
van dien geachten afgevaar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's