Parlementaire redevoeringen - pagina 680
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1903—1904.
678
kans had. Dat geschiedde natuurlijk niet, omdat die anti-revolutionairen van eene andere richting waren, maar omdat mijn geachte ambtsvoorgangers
er
het
voor hielden, dat de anti-revolutionairen en dergelijke de noodige bekwaamheid bezaten. Alleen daarop werd
menschen niet gelet. Wij waren de dompers. heid
Nu
geschiktheid.
of
Ook
bekend
ik zelf
had nooit eenige bekwaam-
Nu
veranderd.
dit
is
hier een Kabinet
zit,
met die twee andere groepen van jongelieden en dat in staat is, over hun bekwaamheid te oordeelen, zijn er ook bekwaam en geschikt bleken, aangesteld. uit dezen, voor zoover zij En dewijl deze jongelieden nu niet onder een anti-revolutionair of dat eenigszins nader
Roomsch-Katholiek de
de
op
alleen
bekwame en
Ik vraag,
of er
vermeden.
van onzen kant
goed
zoo
inrichtingen
eene klacht
ooit
is
ingebracht, toen
anders dan personen van de
als niet
bewind was, werden benoemd.
Het had
aandacht van den geachten afgevaardigde getrokken, dat
de
echter
krijgen wij
is,
waren, zou dergelijk onver-
geschikte jongelui zijn
die vroeger aan het
richting,
richting
Daarover loopt de geheele quaestie, en wanneer voorgrond ware gesteld de vraag, of die benoemden
kwikkelijk debat geheel
zulke
directie staan, die, naar
zijn
schuld.
den
metterdaad
bij
maar onder eene
bestuur,
afgevaardigde weet, geheel van
geachte
daarvan
is
bij
die
Rijksverzekeringsbank zooveel anti-revolutionairen waren benoemd.
Hij
is
heb
toen met cijfers
medegedeeld,
gekomen en nu
dat
die
gebleken,
is
eenvoudig
cijfers
uit
hetgeen ik hier
waren.
onjuist
de geachte afgevaardigde mij vraagt, waarom ik straks aan het mijn
gezegd heb, dat het wellicht de bedoeling kon
rede
Bank
der
tenaren
te
intimideeren, dan
is
zijn,
En
als
slot
van
de amb-
mijn antwoord, dat daar de
geachte afgevaardigde zelf aanleiding toe gegeven heeft.
Hij heeft hier
den geachten afgevaardigde, den heer Bijleveld, het verwijt gedaan, dat hij
voor die jongelui opkwam, omdat
IX
hadden
iemand,
althans
deze
mogen veroorloven, kozene
is
danken,
Nu
bevorderd.
geweest
niet
een
en
als
dus
zijn
mij
verkiezing in
toch
Amsterdam
toestemmen,
dat,
zoo
afgevaardigde zich zulk kabaal niet had
geachte wijl,
zij
ieder
zal
men
zelf
aan
zelf
de
die
tegencandidaat van den geactie zijn
nederlaag heeft
ander element dan wat hier aan de orde
is,
te
op den
voorgrond mag staan.
(De heer Troelstra: Zoo klein denken Wij
zullen
niet licht
het
over
eens worden.
de
qualificatie,
Immers
in het
wij niet.)
wie hier klein en wie groot is, oog van den geachten afgevaar-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's