Parlementaire redevoeringen - pagina 78
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
ZITTING 1901
76
beste
Er
vragen, of
te
afgetrokkene dachten, het
in het
met die
het ten deze eens zijn
zij
Marx.
uiting
van een hoofdman als ten slotte nog gevraagd, of
is
de
en
de heeren
zijn,
daarover
anderen
wat
van
halingen
— 1902.
voor
liefde
nu opgeborgen
ik mijn democratie
hervorming ter anders antwoorden dan wat de
sociale
gelegd
zijde
heb.
Ik
ik steeds geantwoord kan daarop niets heb. Er zijn hier in de Kamer Christelijke democraten, vrijzinnigdemocraten en sociaal-democraten. Wanneer men die drie naast elkander plaatst, rangschik ik mij zelven, gelijk ik altoos gedaan heb en zal
daarop
wat
de
niet pas, te
hervormingen
sociale
merken,
dat
ik laat mij niet
van de democratie van de heeren, om, als worden veroordeeld als geen democraat zijnde. En
aanleggen
„Schabion"
ik
Maar
onder de Christelijke democraten.
blijven doen,
de
Kabinet
dit
betreft,
zij
opgetreden
is
vergund te doen opalleen met het voornemen,
het mij
niet
maar ook met den vasten wil om de sociale hervormingen, zoowel op ethisch als op oeconomisch gebied, niet slechts te begunstigen, maar zóó door te zetten, dat het van het Kabinet van achteren blijken zal, dat het
metterdaad
van de hoofdroepingen van
eene
daarin
zijn
optreden
vervuld heeft.
Het
laatste punt, dat mij ter
karakter van het Kabinet.
hebben aangediend ginselen
heeren
verder
vragen,
weten, hoe
gij
de
het
dat
heeren
zullen,
als
lichting
gereed
maar
in
maar
open. gelijk
mij
gij
ten
kindeke
het
belust
op informatie
wij
ons
de Christelijke be-
als zij zijn:
mag
ik
eens
— dan houden
hun eens voor goed verklaar, weetzucht zijn. Wij de lange japon van de Memorie van Toe-
goede,
in
Christelijk
dat
ik
voor dergelijke
Kamer presenteeren voor het peterschap, Of willen de heeren de kraamkamer komen de heeren niet. is,
:
het aan de
wij zullen
moeten
zij
Ook
gewild:
het
Wanneer
doen wij dit in de eerste plaats door de denken te besturen. Maar wanneer de
land
informatie-bureau
een ander beeld is,
om
is
dit zult regelen in deze en dat in die wet,
geen
wij
het
wij
overblijft,
een Kabinet, opgetreden
handhaven, dan
te
waarop
wijze,
als
bespreking
Mijnheer de Voorzitter!
is
niet in
hen aan den disch noodigen de keuken komen; die
deze vraag gedaan:
komen dan
als
staat
een
altijd
hebben
De
geachte
boven geloofsverdeeldheid? Rotterdam voegde er aan toe, dat dit ten slotte neerkomt Van dit Christendom boven geloofsverdeeldheid wil
Christendom uit
niet
uv/ Christelijke beginselen,
ze hier verdedigt, niet feitelijk neer op wat wij
afgevaardigde
deze gereed
voor hen
op humanisme. noch een van mijn ambtgenooten, noch ik zelf iets hoegenaamd weten. Want een Christendom boven geloofsverdeeldheid matigt zich aan, van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's