Parlementaire redevoeringen - pagina 345
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
:
INTERPELLATIÊN-MEES EN TROELSTRA.
343
peilanr van harte hoop, dat niet het geval zal zijn, de Regeering blijken zal,
voorbereid
noodig
om
is
De
voorzien.
te
anders had
en toonen
zijn,
te
lijdelijk,
zij
het
zal,
al
datgene
ook op gebrekkige
te
kunnen doen, wat
wijze,
in
den dienst
vraag, of de Regeering, alzoo staande voor de zaak,
kunnen handelen dan zij gedaan heeft, zal dan eerst voor zijn, wanneer de geachte afgevaardigde zijnerzijds
beantwoording vatbaar
welke wijze
aan wil geven, op
hij
meent, dat de Regeering beter en
spoediger had kunnen optreden.
De vraag, wat in de conferentie met de afgevaardigden van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij verhaald is, mag door de Regeering niet anders beantwoord worden dan met eene verwijzing naar met goedvinden van beide partijen gepubliceerde in de dagbladen. Het zou van de zijde der Regeering hoogst verkeerd zijn, indien zij, om eigen positie te verdedigen, iets meer over die conferentie ging mededeelen, dan hetgeen ook anderzijds door de directie werd toehet
De Regeering
gestemd.
kon worden,
met de
overleg
in
bladen
indien
heeft ingezien de moeilijkheid, die er
tweeërlei lezing ingang vond, en directie
een
heeft
geboren
daarom
stuk opgemaakt, hetwelk aan de dag-
toegezonden en dat alzoo een
is
zij
officieel
karakter draagt.
Dat
stuk luidt als volgt:
„Gemeenschappelijk opgemaakt resumé der conferentie van 31 Januari." werd opgesteld Woensdag 4 Februari des avonds te 8 uren
Dit resumé ten
van den heer Van Hasselt
huize
te
Amsterdam,
in
tegenwoordig-
heid van laatstgenoemden en van de hieronder genoemde heeren.
Het
vangt aan met deze woorden
„Op
31 Januari 1903 heeft de raad van administratie der Hollandsche
vertegenwoordigd door zijn voorzitter, Westerwoudt, en door zijn secretaris, mr. W. baron Röell, en bijgestaan door den chef van den algemeenen dienst, jhr. mr, W. F. van der Wijck, zich tot den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid begeven om mededeeling te doen van hetgeen in zake de werkstaking van het spoorwegpersoneel is voorgevallen, en om met Zijne Excellentie in overleg te treden omtrent de verder door de HolIJzeren
Spoorwegmaatschappij,
mr. F. H.
landsche
IJzeren
nemen houding, daarbij dusver aangenomen houding zoude be-
Spoorwegmaatschappij aan
te
de vraag stellende, of bij de tot hooren te worden volhard, dan wel aan de gestelde eischen moest worden toegegeven. Dit overleg werd door den raad van administratie noodig geoordeeld,
niet
zoozeer
in
het belang zijner Maatschappij, als
algemeen landsbelang, dat bij deze staking was betrokken. „De Minister, kennis genomen hebbende van de mededeelingen van
•wel in het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's