Encyclipaedie der Heilige Godgeleerdheid - pagina 523
Eerste deel. Inleidend deel.
Afd.
2.
Hfst. III. § 144.
hem haar
volgens
BERNOUILLI, TROELTSCH EN DORNER.
ontstaan
van wetenschappen, die
dankt aan Hegel,
hebben de
tot object
zuivere en echte wetenschap
zijn,
is
.515
een complex
Omdat
religie.
ze
laten ze zich door niet één voor-
oordeel
beheerschen, zijn ze noch aan de autoriteit der Schrift noch aan die der Confessie gebonden, vragen ze zelfs niet, wat voor de Kerk van belang is, maar onderzoeken ze alleen, wat waarheid is. Het kenmerk dezer wetenschappelijke Theologie dat
juist,
is
voortvloeit,
Religion
ze dat
onkerkelijk
wat volgens Bernouilli daaruit
is,
„Unkirchlichkeit
eine
Eigenschaft der wahren
Als wetenschap heeft de Theologie maar ééne onderstelling, waarvan ze uitgaat, en dat is de realiteit van ist"
(p.
222).
haar object. Dat object verschijnselen, „frei
in
waltender Gott."
waarmede de niet
maar
een door
woord van
stelt Bernouilli
de
echter niet in de religieuze
van een persoonlijke en
existentie
Het bestaan Gods
religie staat of valt.
De
is
religie
toch de hypothese, is
voor
hem
echter
God gegeven
Duhm
openbaring, maar geschiedenis. Het „Die Religion ist Geschichte" (p. 90) neemt
:
met instemming over; ze is geschiedenis van het verkeer Gods met degenen, die „dafür begabt sind, in einem lebendigen
hij
Zusammenhange mit Gott zu stehen" (p. 100). Daarom draagt de wetenschappelijke Theologie een historisch karakter ze omvat de Exegese van Oud en de Nieuw Testament en de Kerkhistorie. ;
Dogmatiek en Ethiek vallen buiten Naast
deze
Theologie,
wetenschappelijke
haar.
de
staat
officieel
kerkelijke
die Schleiermacher tot geestelijken vader heeft.
Deze
kerkelijke Theologie, waartoe de Dogmatiek, evenals de practische
vakken behooren,
is
geen wetenschap
woords. Haar doel toch
belangen der Kerk dit duldt,
niet
te dienen.
in
den eigenlijken
de waarheid
te vinden,
zin des
maar de
Voorzoover het belang der Kerk
mag
overnemen, der
is
ze de resultaten der wetenschappelijke Theologie maar ze heeft haar uitgangspunt in de belijdenis
Kerk en haar
toetssteen in de practische behoeften der ge-
meente.
Ze
stelt
dienaar
zal
gelooven
vast,
wat de Kerk en doen.
wil, dat
haar aanstaande
behooren deze vakken dus niet aan de Universiteit thuis; ze gaan van de Kerk uit en moeten door de Kerk in seminaria onderwezen worden. Feitelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 556 Pagina's