Parlementaire redevoeringen - pagina 227
Deel II. Ministrieele redevoeringen. Tweede Kamer.
DE TROONREDE.
225
of nog verdere verdediging hieraan ware toe
te voegen. Dat hier toch overgegaan worde dan ook allerminst beschouwd als eene onderschatting van het in de afdeelingen gevoerde pleidooi, maar meer als eene poging, om ook van de zijde van het Kabinet aan de gevoerde
toe
is
oppositie het antwoord niet schuldig te blijven.
de
Bij
beoordeeling
worden verloren,
oog
aan de
werk of
ieder
dan
eene
nog
niet
dan
vorm.
Het kan kwalijk anders
blijft.
zulk
een Staatsstuk
zijn
eigen
bij-
Die verschillende zinsneden ondergaan tot
één geheel worden
Daarbij komt, dat zulk een Staatsstuk zekere grenzen van
overschrijden mag, wat noopt
vorderen,
omschrijven.
te
antwoorden,
Provinciale
voor
hier geldt, dat de kritiek licht
omwerking, en moeten alsdan
allerlei
lange zinsnede zou
duiden te
de kunst moeilijk
eigenaardigen
ineengezet.
omvang
maar ook
Departement levert
in
aan zulk een Staatsstuk
stylistische eischen,
zeer hoog;
staan
heeft, onderwijl
drage
De
waren.
orde
stellen,
te
van den vorm der Troonrede mag niet uit het klachten over dien vorm in de pers steeds
dat
in
Ware
in
om
korte
zoo,
wat volledig uitgedrukt
uitdrukking meer aan
om op
te
een gekozen voorbeeld
de Troonrede aangegeven, van welke deelen van de
en de Gemeentewet wijziging bedoeld werd, of ook welke
oplossing van de Bankquaestie en
het suikervraagstuk aan de orde zou
komen, zoo zou voor elk dezer punten eene afzonderlijke en
niet
zoo
De bedenking tegen het woord den mond van leden der Kamer, van
korte zinsnede gevorderd zijn geworden.
„vaccine-dwang"
is
begrijpelijk in
wie het Voorloopig Verslag verklaart, dat
dwang
niet bestaat,
maar
h.
heft het recht tot het
i.
ten
onzent zulk een
gebruiken van dat woord
op voor een Kabinet, dat ten deze eene tegenovergestelde meening „Vervanging" en niet „herzierfing" van de Arbeidswet is gekozen, dewijl herziening niet uit kon drukken, wat bedoeld werd. Het wetsontwerp zelve zal dit duidelijk maken. Wat eindelijk de verklaring betreft, dat „op het gebied van den arbeid veel is, dat bemoedigt, maar ook veel, wat blijft roepen om verbetering" zoo zij toegegeven, dat ze onbestemd is, maar eerst indien zij, die alzoo oordeelden, proeve van eene juistere, en toch in haar kortheid ware zinsnede aan hun kritiek hadden toegevoegd, ;zou de Regeering in staat zijn, te beoordeelen, of ze, met die proeve voor oogen, de door haar zelve gekozen uitdrukking in de pen had moeten houden. Dat tusschen de houding, door den vroegeren afgevaardigde § 4. voor Sliedrecht in zake de Zuid-Afrikaansche aangelegenheden aangenomen, en die van het tegenwoordig Kabinet geen ander verschil bestaat dan vanzelf voortvloeit uit de verschillende positie van een Kamerlid en niet
koestert.
15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1908
Abraham Kuyper Collection | 686 Pagina's